zien én weten... 09
Je was gaan liggen, in de namiddag, zonder reden, zonder noodzaak. Als je je ogen sloot, was er – volkomen onverwacht – ‘het Andere’: één eindeloze beweging van en in licht, in letterlijk beide betekenissen tegelijk. Ruimte en tijd waren weg, en daarmee ook je ‘ik’.
Je ‘ik’-wereldje bestaat alleen in tijd/ruimte – dat wil zeggen: in het denken. Ben je je daarvan werkelijk helder bewust?
Ben je bang voor de dood, dan weet je niet wat leven uiteindelijk is. Leven en dood zijn één beweging. Wanneer je werkelijk leeft, is de dood van ogenblik tot ogenblik voortdurend aanwezig; anders is het een ontkenning van het leven.
De dood is de stilte tussen de ogenblikken, de vlam die al het voorbije volledig wegvaagt zonder ook maar één spoor van as achter te laten. Hij – de dood – is net zo essentieel als de stilte tussen twee klanken in een volmaakte melodie. Je hoort die stilte niet, maar ze is absoluut noodzakelijk; zonder haar zijn er geen klanken, geen gevoel, geen liefde.
De stilte van de dood is niet ‘het Andere’, maar vloeit eruit voort, zoals alles uit haar voortkomt, in haar bloeit en sterft. ‘Het Andere’ is de stilte van een andere dimensie: de diepe, naamloze oerstilte waarin alles geboren wordt en beweegt in één absolute, ongescheiden en tijdloze stroom.
Alles wat we doen is zo oneindig klein, bijna betekenisloos en toch ‘moet’ het gedaan worden. Net zoals een waterdruppeltje met de rivier mee moet gaan om de rivier te zijn, moet alles levende meegaan met het Leven. Er is alleen één Leven. Weet je wat al-één-zijn is?
Het ene druppeltje… wat maakt het uit voor de rivier, denk je misschien, maar zonder het druppeltje is er geen rivier. Het meebewegen in absolute harmonie is het geheim, het mysterie, of hoe je het ook wilt noemen.
Is het dat stille, soms waarschijnlijk zelfs onbewuste heimwee naar ‘het Andere’ dat mensen maakt tot wie ze zijn? Bijna niemand ziet het, omdat het zo onschuldig en teder is en tegelijk overweldigend – net als het druppeltje in de rivier. Heb je daar werkelijk ooit eens met volle aandacht naar gekeken?
Maar wat zijn woorden? Net als symbolen en alles wat daaruit voortkomt, zijn ze volledig overbodig als ‘het Andere’ er is – werkelijk is.
“De geest kan overal naartoe” is een veelgehoord gezegde. Toch zien de meeste mensen over het hoofd dat ze daarmee uiteindelijk alleen het denken – het verstand is niet de hele geest – in al zijn onrustigheid en streven bedoelen. Wanneer het verstand zich afscheidt van de geest, zit het gevangen in zijn eigen gecreëerde gedachtenwereldje, opgebouwd uit de as van een voorbij verleden – dat alleen nog bestaat omdat het verstand de ware schoonheid van de dood ontkent. En het projecteert vanuit deze as een niet-bestaande illusie die het ‘toekomst’ noemt – die dan natuurlijk niets anders kan zijn dan een herhaling van het verleden in licht gewijzigde vorm.
Het denken – het verstand – is het druppeltje dat weigert mee te stromen met de rivier, dat aan de oever zijn bestaan lijdt en daar langzaam verdort.
Alleen als het verstand tot inzicht komt en werkelijk ziet én weet dat het hele ‘ik’-wereldje slechts een zelfgeschapen constructie is en daardoor zonder dwang absoluut stilvalt, is het één met de geest. Dan wil het nergens meer naartoe. Het is er allang.
Het lichaam lag ontspannen en uitgerust, omdat het verstand geen energie opeiste of verspilde.