met open ogen... 22
Op het pad dat door de kleine tuin leidt, zaten minikikkertjes – eigenlijk niet groter dan een of twee centimeter. Ze liepen heel vlug heen en weer en waren gemakkelijk over het hoofd te zien, omdat hun kleur niet veel verschilde van de donkere aarde van het pad. Als je niet oplette, had het zomaar kunnen gebeuren dat een van hen jouw wandelplezier met zijn leven moest bekopen. Gelukkig was dat niet het geval.
De lucht was warm en vochtig. De gelijkmatige, rustige geluiden van het beekje lokten je om dichterbij te komen en even stil te staan om naar het vredig stromende water te kijken, de bewegingen ervan te volgen en naar het kabbelen te luisteren. En terwijl je daar stond, was het opeens volkomen stil. Niet dat alle geluiden om je heen verstomden; deze stilte was van een andere, bijzondere soort – een stilte die alles omvat, alles opneemt en insluit, zonder iets uit te sluiten. Een stilte die het denken, en daarmee de denker, tot zwijgen laat komen.
Ben je je ervan bewust dat het denken de denker is, en de denker het denken – onlosmakelijk één? Alleen het denken zelf scheidt de denker van het denken...
Wie is degene die denkt? Onderzoek dit zorgvuldig voor jezelf – niet in theorie of in slimme boeken, maar echt door observatie in jezelf: wie zegt er: ‘Ik denk’? … Wanneer het denken stil is, is er noch de denker, noch het denken. Wat we ‘ik’ (of ego, zelf) noemen, bestaat dan helemaal niet, nietwaar?
Het was een prachtig moment van puur zijn, zonder verleden of toekomst; want tijd bestond niet. En dat was ook niet mogelijk, want tijd is denken, en als het denken stil is, eindigt ook de tijd en daarmee alle scheiding, alle conflict.
In de schaduw van de grote boom achter je kwamen je lichaam en geest tot bloei. Je had hem nog niet echt goed bekeken, maar de verbinding was er al... je voelde hem. Je draaide je om, deed een stap achteruit en bekeek hem aandachtig; sloeg hem gade in zijn geheel. Zijn stam was enorm; op een hoogte van ongeveer twee meter splitste hij zich in meerdere afzonderlijke stammen. Elke stam was nog steeds krachtig, met veel sterke takken en een prachtige groene top die de hitte van de zon aangenaam weghield, maar het licht gefilterd doorliet. Dit maakte de plek heel mooi en bijzonder. Voorbij de dikke stam keek je naar een prachtig tafereel van licht en kleur. Je voelde dankbaarheid voor dit vredige moment vol schoonheid, heelheid en energie – vol puur en zuiver leven.
Je liep verder, de tuin uit en het kleine bos aan de overkant in. Het moment van zegening – of hoe je dit tijdloze moment van volmaaktheid ook wilt noemen – was voorbij. Maar het is niet verloren; het blijft bij je. Niet opgeslagen als een dode herinnering of ervaring in je hersenen, maar als een deel van je wezen; genesteld in je hart.
Momentjes van puur zijn, vol vreugde, vrede en leven, liggen buiten denken en tijd en zijn dus tijdloos. En wat tijdloos is, is eeuwig, toch? Zijn deze momenten buiten ruimte en tijd misschien niet de zegeningen waar de mens al sinds het begin van zijn bestaan naar verlangt en naar zoekt? … Maar hij zal ze nooit vinden in kerken, moskeeën, synagogen of tempels, noch in de boeken van zogenaamde religies en zeker niet in de beloften van wereldleiders of goeroes. Je vindt ze helemaal niet – ze zijn er – op de momenten dat je één bent met het leven… in de schoonheid van het natuurlijke zijn… wanneer datgene wat jij jouw ‘ik’ noemt verdwijnt, omdat het denken – en dus ook de denker – tot zwijgen komt door inzicht, en niet doordat het door het denken zelf tot zwijgen is gebracht.
Vrede, vrijheid, waarheid, liefde, leven en sterven hebben veel met elkaar gemeen – of zijn ze zelfs één, omdat de een simpelweg niet zonder de ander kan bestaan? Ze hebben geen tegenpool, je kunt ze niet kopen en als je ze probeert vast te houden of in één richting dwingt, verdwijnen ze sneller dan sneeuw voor de zon.
Er is geen manier om ze te benaderen; ze zijn geen doel om naar te streven. Ze hebben geen begin of einde, omdat ze niets te maken hebben met de tijd die door het denken wordt gecreëerd…
Ze vormen een oneindig voortdurende beweging… Elk moment moet tot volledige bloei komen en eindigen – volledig, zonder as achter te laten – zodat het nieuwe moment tot zijn eigen bloei kan komen, zorgeloos en zonder oude last.
Proberen vast te houden aan iets of iemand is een ontkenning van het leven… Kun je een levend wezen in zijn huidige staat fixeren? Kun je het leven 'bereiken' op een bepaalde manier, door een oefening of het volgen van welk pad dan ook? Feitelijk is dat onmogelijk, toch? Je kunt alleen iets bereiken dat statisch en onbeweeglijk is… maar al het statische is iets doods.