met open ogen... 12
In de middag van deze lentedag is het lekker warm. De wind waait maar heel zachtjes; je voelt of hoort hem nauwelijks. Wat je hoort, is het geknetter van de bomen en de verschillende geluiden van de vele vogels die ergens beschutting zoeken… Veel citroengele vlinders fladderen door de lucht en begeleiden je tijdens je wandeling — of is het er gewoon één die je op je weg vergezelt?
Een prachtig zonnig plekje nodigt je uit tot een rustmomentje. Je gaat zitten op een dode boomstam die nu dienstdoet als bankje en tevens als woonplek voor de kleinste bosbewoners en mos. Vanaf deze mooie plek heb je een prachtig uitzicht op de rivier die langs het wandelpad slingert. Je volgt de beweging van het zacht en gelijkmatig stromende water. Het is bruin, je zou kunnen zeggen dat het bijna modderig is, maar het heeft een geheel eigen schoonheid en door het licht van de zon ziet het er glanzend uit. De ongewone warmte is hier draaglijk. Prachtige dennenbomen laten de zon op een aangename manier doorschijnen en vormen tegelijkertijd een schitterend decor voor een prachtig zicht op de helderblauwe hemel met erop slechts enkele witte wolkjes.
Als je lang genoeg aandachtig naar een altijd stromende rivier kijkt, laat hij je de werkelijke betekenis van leven zien. Miljarden voortdurend bewegende waterdruppels die samen en zonder haast de stroming volgen en nooit tegen elkaar vechten. Je kunt hem niet in je handen vasthouden, en zo staat hij metafoor voor het leven — je kunt het leven niet vasthouden, alleen maar laten stromen… en als je meebeweegt met het leven, kan het een heel mooie reis zijn… De onophoudelijke, eeuwig stromende beweging van de rivier is, net als die van het leven, de essentie van hun schoonheid.
Als je het wandelpad volgt, kom je bij een steile oever waar een bankje met uitzicht op een prachtig panorama je uitnodigt om er een tijdje van te genieten. Tot een paar jaar geleden was het nog veilig om achter het houten hek langs het randje van de afgrond te lopen. Nu zou het dwaas zijn om zelfs maar één stapje achter het hek te zetten. De laatste instorting van de oeverrand kan niet lang geleden zijn geweest. Het zand op de breukpunten is nog zeer licht en vertoont geen tekenen van verwering. Het is ook interessant om te zien hoe de wortels van de bomen uit het zand steken. Eén boom heeft het niet gered; hij kwam in het water terecht.
Sterven is in de hele natuur een onderdeel van het leven. Alleen de mens heeft van het sterven en de dood een abstractie gemaakt en daardoor veel angst en ellende in zichzelf gecreëerd. Angst en ellende ontstaan wanneer je de werkelijkheid, de feiten, niet rechtstreeks ziet, maar bekijkt door de bril van denkbeelden en illusies.
Feit is dat sterven niet losstaat van het leven, maar er deel van uitmaakt. Alles wat tot leven komt, moet bloeien en dan sterven — dit is de natuurlijke loop van het zijn, van het leven. Sterven betekent dat er iets eindigt. En pas als iets volledig eindigt, kan er iets werkelijk nieuws ontstaan. Omdat mensen het sterven van het leven willen scheiden, zijn ze gedwongen zichzelf voortdurend te herhalen.
Plotseling voel je iets op de achterkant van je linkerhand. Het zijn de bewegingen van een heel klein spinnetje. Ze gaat vol energie over je hand; ze is zo licht dat ze aan een haartje omhoog kan kruipen. Als je haar aandachtig bekijkt, voel je niet alleen haar bewegingen op je huid, maar ook de levensenergie die door haar, net als door jezelf, stroomt. Het spinnetje laat je zien hoe rijk het leven is als je er aandacht aan besteedt. Ze is op je pad gekomen en op dit moment van echte ontmoeting voel je mededogen voor deze levendige manifestatie van het leven. Als je aandachtig leeft, ontstaat er vanzelf mededogen en liefde.
Het spinnetje blijft maar kruipen en je bent bang dat ze in de mouw van je trui verdwijnt. De trui is zwart; je zou haar niet meer zien en je betwijfelt of dit piepkleine diertje deze tocht zou overleven. Je poging om haar op een grassprietje te laten stappen mislukt, en in plaats daarvan loopt ze nu op je broek. Een man loopt langs het bankje en zegt hallo, zijn vrouw volgt hem met een klein hondje aan een lange riem. Je kijkt op, de hond komt dichterbij en wil je begroeten; je aait hem kort. Dan kijk je naar het spinnetje en ondanks dat je je best doet, kun je haar niet meer terugvinden…
Je kunt het leven niet eens voor een momentje vasthouden… Het momentje dat we deelden, was mooi.