zien én weten... 06
Het vijvertje baadde, alleen maar heel zachtjes bewegend, in het licht van een gouden middagzon. Vanuit het bankje op de kleine hoogte was het een grote vreugde om dit heerlijke tafereel — dat je nooit nog eens zo zou zien — gade te slaan. Het kleine, prachtige plekje is omgeven door hoge, mooie bomen van diverse soorten die samen een bos vormen dat je altijd in absolute stilte verwelkomt. Vanaf de eerste stap ben je er deel van en als je wilt, staat het je toe het mee te nemen; niet in je handen, maar in je geest, je hele wezen.
Dit mooie plekje is — tenminste als je echt met je hele wezen aandachtig aanwezig bent — een uitnodiging voor meditatie. Die komt vanzelf als jij, de denker, de waarnemer, er niet bent. De denker, de waarnemer, kan meditatie niet uitnodigen; hij moet stilvallen en één worden met de stilte die alles omvat.
Vraag nu niet weer ‘hoe?’… Wij — jij en ik, de lezer en de schrijver, tenminste als we samen werkelijk met dezelfde aandacht gelezen en geschreven hebben — hebben dat zo vaak onderkend; misschien is het zo gewoon en simpel dat je het nu over het hoofd ziet. Observatie, het gadeslaan van wat is zonder dat de denker, de waarnemer ingrijpt als censor die vergelijkt en oordeelt… dat is de vlam die de muur van oude as opbrandt zonder nieuwe as achter te laten. Helaas hunkeren de allermeesten van ons ernaar meer as toe te voegen; zij zien in de dode as de hoogste waarde en zijn bang voor de levende vlam. Om het heel duidelijk te maken: de vlam is het Nu, het leven; de as is het dode verleden en de projectie ervan in een niet-bestaande toekomst.
‘Kan ik nu echt helemaal niets doen om het op te roepen?’ hoor je ze alweer vragen als je dit schrijft. Nee, je kunt niet ‘iets’ doen. Iets doen is richting geven, en richting geven is uitsluiten. Je kunt alleen nietsdoen, wat letterlijk betekent: niet iets (bepaalds, specifieks) doen, maar oplettend en met absoluut onverdeelde aandacht waarnemen wat is. En wat ‘is’, is alles wat er is: het leven in zijn gehele gebeuren.
Maar omdat je blijft vragen, doe toch eens gewoon voor de lol — maar maak er in hemelsnaam geen oefening van — het volgende: ga ontspannen zitten, kijk goed naar alles om je heen zodat je beseft waar je bent en wat er om je heen gebeurt. Als je wilt, kun je dan je ogen zachtjes sluiten; het maakt het makkelijker omdat je dan niet van buitenaf afgeleid wordt (later kun je het met open ogen doen). Merk op wat je ogen doen: je voelt dat ze voortdurend kleine schokjes maken. Ze blijven kijken — zelfs met gesloten oogleden — naar gedachten, herinneringen of projecties. Dit is de spiegel van je onrustige hersenen. Probeer nu de oogappels heel zachtjes, zonder dwang, volledig onbeweeglijk stil te houden. Let op dat je ze niet op één bepaald punt focust, dat zou alweer dwang zijn; laat ze gewoon rusten en voel dan hoe zij én je hersenen heel stil worden. Kijk wat er met je gedachten gebeurt op het moment dat je ogen fysiek stilstaan. Je zult merken dat het bijna onmogelijk is om een actieve gedachte vast te houden als de ogen niet meebewegen. Maar nogmaals: dwing de ogen niet. Zodra er dwang is, is er conflict, en waar conflict is, is geen stilte, geen meditatie. De kunst is de beweging stop te zetten door zich ervan bewust te worden; het is geen wedstrijd om ze vast te zetten of te meten hoelang je het kunt volhouden.
Als we naar de oorsprong van het woord meditatie kijken, komen we in het Latijn uit bij ‘overpeinzing’ of ‘contemplatie’ en vinden we zelfs een samenhang met ‘genezen’ — een helende werking voor de geest dus. Maar meditatie bestaat in het Oosten al duizenden jaren, lang voordat Latijnse woorden ontstonden. In het Sanskriet is er een woord dat, als je het nauwkeurig vertaalt, ‘absolute aandacht’ betekent. Deze richt zich op de juiste manier van luisteren naar de absolute stilte die niets uitsluit maar alles omvat: de oerklanken van het universum waarin alles tot leven komt.
Heb je ooit eens geluisterd met onverdeelde, absolute aandacht; oftewel naar alle geluiden tegelijkertijd? Absoluut zonder uitsluiting naar de verre vogel, de voorbijrijdende auto, het geritsel van de wind en het geluid van je eigen ademhaling? Zelfs zo absoluut dat er niet eens een gedachte bijkomt zoals ‘dat is een vogel’. Als de gedachte er is, ben je al niet meer aan het luisteren. Probeer het geluid te horen zonder er een naam aan te geven. Doe het niet ‘ooit’ — wat toch al nooit betekent — maar nu, meteen. Wanneer je luistert zonder meer — dat wil zeggen: zonder vergelijking of oordeel in de vorm van gedachten zoals ‘dat is irritant’ of ‘dat is mooi’ — verdwijnt de afstand, de grens tussen de luisteraar en het geluid. Opeens merk je dan misschien zelfs op dat elk geluid opkomt uit een diepe stilte en daar weer in verdwijnt.
Meditatie was voor de religieuze mens — we gebruiken het woord religieus hier in zijn diepste betekenis: alle energie bundelen om de verdeeldheid schepende essentie van het denken te beseffen en op die manier te ontstijgen; niet in de goedgelovige (on)zin die het menselijk denken ervan heeft gemaakt — buitengewoon belangrijk. Je vindt het zelfs terug in symbolen en figuren die zo'n zevenduizend jaar oud zijn, van nog voordat de ons bekende woorden of schriften bestonden. Maar noch het symbool, noch het woord is datgene waarnaar het verwijst. Je moet in meditatie zijn om het te zien.
Toen je het bosje binnenstapte, zat er iemand op het bankje en dus was je het grote rondje om het vijvertje gelopen; het was prachtig om te zien hoe de lente alles tot bloei liet komen. Zelfs sommige mensen die je tegenkwam, schenen ervan in de ban te zijn geraakt en op te leven. Bijna de hele tijd schreeuwde er een baby. Je zag het kind met zijn ouders op de houten steiger. Ze hadden het in een speciale babystoel op het mooiste plekje gezet — helaas pal in de zon. Als je een beetje gevoelig was en met de baby meeleefde, besefte je dat de waarschijnlijk goede bedoeling van de ouders het leed van het kindje was. Maar elke goede bedoeling die gebaseerd is op denkbeelden in plaats van op dat wat Nu is — de werkelijkheid, het leven — is misvormd en geen ware liefde. Liefde is nooit vervormd, omdat zij alleen handelt vanuit én in het Nu; anders is het geen liefde. Liefde en leren hebben een wezenlijke gemeenschappelijke factor: zien én weten. Je vermoedt het al: we hebben het niet over leren in de tegenwoordig gangbare betekenis (het opeenstapelen van kennis), maar over leren in de betekenis van een staat van onophoudelijk aandachtig waarnemen van wat is. Kun je samen met je kind de situatie verkennen en vanuit deze verkenning handelen, of zeg je zoals de vader van de baby op de vraag of de felle zon misschien niet een beetje te veel van het goede is: ‘Daar moet hij aan wennen, we zijn buitenmensen’… Is het liefde, medeleven, samenleven als je je kind opvoedt om aan jouw ideaal of wereldbeeld te voldoen? Ik vraag het alleen maar, zonder te beweren dat het zo is of niet… het is niet belangrijk om ‘ja’ of ‘nee’ tegen iets of iemand te zeggen; belangrijk is om zonder doel te verkennen wat is en op die manier tot zien én weten te komen.
~~
De ‘nieuwgeboren’ veganist liet weer eens van zich horen. Hij was een belezen en gestudeerd man van bijna dertig jaar, sportief in zijn hele verschijning, die sinds ongeveer twee jaar veganist was en nu absoluut geen begrip meer kon opbrengen voor de andere 98% van de mensen die dat niet waren:
‘Als je de feiten kent, is er geen andere conclusie. De mens heeft geen dierlijke producten nodig om gezond te leven. Dat is wetenschappelijk bewezen. Een mening kan niet tegen feiten op. Dat is wat er helemaal misgaat als het om de uiting van meningsvrijheid gaat. Als de wetenschap een feit benoemt, moet je daarnaar handelen. Het is verwerpelijk hoe de media met wetenschappers omgaan; ze zetten ze samen met een criticus van een kritische politieke partij in een talkshow en presenteren dat als een uitgewogen discussie. Maar het is feit tegenover mening. De kijker ziet het als gelijkwaardig, maar de realiteit is dat de ene weet en de ander niet. We moeten de wetenschapper meer waarderen en vertrouwen. Als we dat deden, zouden we bij de belangrijke onderwerpen van onze tijd veel verder zijn: klimaat, integratie en een gezonde veganistische levensstijl.’
Kan een feit voortkomen uit, of gebaseerd zijn op niet-feiten — zoals bij de bestrijding van de zogenaamde klimaatverandering, die voornamelijk op modellen en aannames is gebouwd? Is de wetenschapper op tv 'de wetenschap'?
Vertegenwoordigt hij werkelijk een feit, of zoals ze het zelf noemen alleen de ‘wetenschappelijke consensus’? Of is hij misschien zelfs niet meer dan een ideoloog die een zelfgecreëerde realiteit verdedigt en ontkent hij op die manier niet de essentie van wetenschap: twijfel, onderzoek en debat? Is een echt, serieus wetenschappelijk werkend mens bang voor de werkelijkheid? Of anders gevraagd: waarom zoekt hij alleen naar bevestiging van zijn vooraf bepaalde onderzoeksdoel? Heeft serieuze wetenschap een einddoel, iets dat bewezen moet worden, of kijkt serieuze wetenschap alleen naar wat is?
Je hebt het niet over feiten en niet over wetenschap, maar over een ideologie als je alleen in één richting zoekt en de punten over het hoofd ziet die tegen deze richting spreken. Nog duidelijker wordt dit als je begint de criticus weg te zetten als niet-wetend of zelfs gevaarlijk. Weet je eigenlijk wat een echte criticus is, wat het woord criticus letterlijk betekent? Iemand die in staat is te onderscheiden, die ziet wat is en vanuit dat inzicht handelt. Een ware criticus volgt dus geen ideologie, geen denkbeeld, maar is alleen bezig met de feiten van het geheel. En dus is er geen keuze. Een ideoloog is het volstrekte tegendeel, letterlijk: ‘een mens die een concept in zijn hoofd heeft’. Hij kan niet anders dan verdeeldheid en conflict in de wereld brengen. Als je achter hem aanloopt, word je deel van de ideologie en leid je een bestaan in verwarring; verwarring tussen werkelijkheid — wat is — en realiteit — de werkelijkheid bekeken vanuit concepten en denkbeelden.
De stam van het woord ideologie is oeroud. Je vindt zijn wortels in het Latijn en in het mooie woordje ‘idee’, dat letterlijk ‘iets gezien hebben’, ‘inzicht krijgen’ en ‘zien is weten’ betekent. Het heeft aldus helemaal niets te maken met wat wij er in de loop van de tijd van gemaakt hebben. In het Sanskriet zijn dezelfde verwijzingen en zelfs een link naar wijsheid te vinden. In zijn diepste oorsprong had ‘een idee hebben’ niets gemeen met verdeeldheid en conflict tussen wat is en een beeld in je hoofd over hoe het moet zijn, maar met inzicht in het Nu, in het leven. Echt een idee van iets hebben is een onverdeelde, voortdurende beweging in het Nu: zien én weten én handelen zijn onlosmakelijk één. De ideoloog — dit woord ontstond pas rond 1800 — heeft er meer en meer een abstractie van gemaakt. Zijn handelen is in feite geen actie voortkomend uit de werkelijkheid, maar een reactie vanuit een denkbeeld op de werkelijkheid.
Waarom volg je een ideologie? Besef je dat je op die manier het bestaan van een tweedehands mens leidt? Denk je dat jouw ideologie beter is dan welke andere dan ook? Zie je niet dat ze in essentie allemaal hetzelfde zijn: verdeeldheid zaaiende dogma’s die niets te maken hebben met de werkelijkheid, voortkomend uit verwrongen geesten die in abstracties verkeren en beweren dat alleen zij het juiste antwoord hebben? Of je nu aan de ideologie vervallen bent van een kerk — welke dan ook — of aan die van de communist, de woke klimaatdrammer of de nieuwste goeroe: het maakt geen verschil. Zolang je een volgeling bent van welke ideologie dan ook, houd je de oorzaak van het kwaad en de pijn van de wereld in stand. Het is helemaal jouw eigen verantwoordelijkheid het nooit veranderende mechanisme te beseffen en zo te doorzien, en op die manier ervan vrij te zijn.
Wil je de kinderen van de wereld echt beletten zelf te zien wat werkelijk is? Wil je ze vanaf de eerste dag het bruisende leven ontnemen en ze tot blinde volgelingen van een dood denkbeeld maken? Zie je niet dat het in essentie hetzelfde is of je ze nu tot veganist of anti-veganist opvoedt, of je ze leert dat er een god bestaat of dat er helemaal geen god bestaat? Heb je zo weinig vertrouwen in de kinderen van de wereld dat je bang bent dat ze onmensen worden als ze geen richting krijgen? En zie je dan niet iets essentieels over het hoofd: het feit dat we al duizenden jaren in een onmenselijke, op ideologieën gebaseerde wereld vol wreedheid, haat en geweld leven?