met open ogen... 08
Al lopend door de zijstraatjes geniet je van de warme lentezon en het daaruit voortvloeiende spel van licht en kleur in de voortuinen. Overal beginnen de bloemen te bloeien en mensen maken hun eerste klusjes in de voortuinen.
Van een afstand dringen ook de geluiden van de stad door: de geluiden van vrachtwagens en auto's die door de nabijgelegen drukke hoofdstraat rijden, de treinen die over de brug bij het prachtige park denderen. Ze worden luider naarmate je dichter bij het park komt en vervagen bijna zodra je de hoofdstraat achter je laat en het park binnengaat. Je kunt ze nog vaag op de achtergrond horen, maar nu overheersen de geluiden van vogels die in de bomen zingen, de golven van het water als de watervogels opstijgen of landen, de vrolijke stemmen van spelende kinderen en het geklets van andere parkbezoekers. Het licht en de warmte van de zon zorgen voor lentegevoelens bij mens en dier en natuurlijk ook in iedere boom, struik en zelfs in het kleinste grassprietje. Alles en iedereen is erg levendig. Het is prachtig om het te zien en te voelen, heerlijk om het te ervaren.
Elke keer dat je in het park bent, bezoek je de grote kooi. Het is in goede staat met veel prachtige vogels in verschillende levendige kleuren die er goed verzorgd uitzien. Vooral de papegaaien boeien je altijd. Ze zijn van nature zo vriendelijk dat ze graag dichtbij komen en een tijdje op de takken zitten en op hun eigen manier met je communiceren. Ze zijn erg nieuwsgierig en attent als je een tijdje naar ze kijkt en praat. De jongen zijn erg snel en fladderen op en neer of klimmen in het gaas van de kooi.
Een oudere papegaai zit in een hoek, vlak naast het rooster. Hij is veel rustiger, zijn ogen volgen je. Je herkent hem en vraagt je af of hij jou misschien ook herkent. Hij trekt je volledige aandacht en je blijft dicht bij hem staan. Jullie kijken elkaar aan. Hij is oud, mooi en waardig. Waarschijnlijk heeft hij zijn hele leven in deze prachtige gevangenis doorgebracht. Realiseert hij zich dat hij niet vrij is? Waarschijnlijk niet. Je moet geen medelijden met hem hebben. De vogels hebben het hier goed; het is een prachtige plek en er wordt goed voor ze gezorgd.
Medelijden – met iemand anders of met jezelf – is nooit gepast. Waarom zou je mee-lijden met iemand? Zo vergroot je het lijden alleen maar. Kijk hiernaar en besef dat het zo is. Neem het niet zomaar van mij aan. Onderzoek het grondig voor jezelf, zodat je de waarheid ervan kunt zien. Medeleven en mededogen zijn iets heel anders. Gevoelig zijn voor wat er in jezelf en in de wereld om je heen gebeurt, is een teken van betrokkenheid bij wat werkelijk is.
Alleen vanuit deze heldere waarneming van wat is – het zien van de feiten – kan juist handelen voortkomen. Als je ziet dat de papegaai – of misschien jijzelf – in de gevangenis zit en je medelijden hebt met de arme vogel die daar zit, wat heb je daar dan aan? Het helpt niet, want het verandert niets, zet niets in beweging. Als je de feiten onderkent en de situatie als ondraaglijk beoordeelt, leidt de herkenning van de feiten tot actie.
Voor de oude papegaai is een ander leven niet meer mogelijk. Hij is gewend aan zijn leven in deze prachtige gevangenis, net zoals de meeste mensen gewend zijn aan het leven in hun persoonlijke gevangenis.
De muren van je persoonlijke gevangenis zijn je denkbeelden. Het denken is de schepper van de gevangenis, de gevangenis zelf, de gevangene en de bewaker. Alleen als je je diep bewust bent van wat denken is – niet van de ene of de andere gedachte, maar van het denken als geheel, inclusief de oorsprong ervan – storten de muren van de gevangenis net zo snel in als de duisternis verdwijnt wanneer de zon opkomt. Bewust zijn – en dus de feiten zien – is het licht dat alle muren vernietigt; niet met geweld, maar door inzicht.
Er is geen gedachte op zichzelf. Je kunt alleen maar denken vanuit kennis en ervaring. Een kind weet niet dat het Nederlands, Russisch of wat dan ook is. Het kind weet ook niet dat zijn ouders vinden dat hij christen, boeddhist of communist moet worden. De taal die het kind voor het eerst leert, is niet zijn taal, maar simpelweg de taal waarmee hij opgroeit. Alles waarover het kind later zegt: ‘Dat ben ik,’ is aangeleerd. Kijk eens goed naar wat het betekent als het kind in termen van ‘Ik ben Nederlander’ of ‘Ik ben christen’ begint te denken. Het bouwt de muren van zijn eigen gevangenis. Deze muren betekenen scheiding en resulteren in verdeeldheid en conflict.
Als wij een nieuwe generatie mensen aanmoedigen om zelf te zien wat is en werkelijk te leren – van dag tot dag en op elk moment – komt het kind misschien tot het volgende inzicht: ‘Ik ben een mens en woon in een land dat ze Nederland noemen. Ik vraag me af of het goed is om iets te geloven? Geloof heeft toch niets met feiten te maken. Ik wil graag zien wat werkelijk is, de waarheid… die het leven zelf is.’
En als je nog dieper in jezelf gaat, zul je voelen dat zelfs de zin ‘Ik ben een mens’ nog een identificatie is die verdeeldheid brengt. Door jezelf af te scheiden van al het andere leven, verlies je het geheel uit het oog. In feite maken we deel uit van het geheel dat het leven is. Een nieuwe generatie zou de zin moeten beginnen met: ‘Ik maak deel uit van het grotere geheel dat wij leven noemen…’’ Alleen dan zie je het ware, allesomvattende leven.
Het verschil tussen de oude papegaai en een mens is dat de mens nog steeds kan ontsnappen uit zijn gevangenis. Hiervoor is geen tijd nodig. Je moet alleen bereid zijn te zien wat het denken doet. Het inzicht komt in een flits of nooit.
Inzicht vereist een stille geest. Een stille geest in een meditatieve staat van zijn, die eenvoudig waarneemt en ziet wat is – zonder de behoefte om te vergelijken op basis van kennis of autoriteit. Zo'n geest is vrij van de ketenen van het verleden. Hij maakt werktuiglijk gebruik van kennis wanneer dat nodig is, maar hij laat ze niet de controle overnemen. Hij handelt vanuit het ‘Nu’, vanuit wat werkelijk is.