ontmoetingen... 02

 

 

Het is – zoals iedere keer – een heerlijke wandeling door het arboretum. Een klein meisje, ik schat een jaar of vier, vijf, zit met haar moeder op een bankje in de zon. Ze praten met elkaar, maar het meisje volgt niet alleen het gesprek; ze heeft ook aandacht voor alles en iedereen om haar heen en ze mist werkelijk niets. Ze kijkt met grote, levendige ogen als je langsloopt en zegt vriendelijk: ‘Hij’. Haar moeder zegt dat je in Nederland ‘Hoi’ moet zeggen en het antwoord van het meisje is echt schattig: ‘De meneer begreep goed wat ik bedoel. Hij glimlachte vriendelijk naar ons.’ Ja, dat klopt.

Je loopt door naar de grote mammoetboom. Toen je hier voor het eerst kwam, werd hij je vriend; er ontstond onmiddellijk een energieband tussen jullie. Hij is echt reusachtig groot, zijn stam enorm en waarschijnlijk is hij behoorlijk oud – maar dat laatste merk je niet; zijn levensenergie is puur en fris en zo blijft hij in essentie – in zijn hele wezen – jong. Het is niet anders dan bij mensen: leeftijd heeft niets te maken met oud of jong zijn. Zolang een levend wezen met het leven meebeweegt, blijft het jong; als het daarmee ophoudt, wordt het saai, verkeert het in een staat van herhaling en verliest het alle vitaliteit en frisheid – het wordt oud.

De grote, waardige boom – hij is ook de hoogste in het hele arboretum – staat verscholen tussen andere bomen en staat een stukje van het pad af. Als je niet goed oplet, loop je vlak langs hem heen. Dat zou echt zonde zijn. Je zult zijn onbeschrijfelijke uitstraling en energie missen, die je voelt als je dicht bij hem in de buurt staat of hem aanraakt. De bast voelt zacht en vertrouwend aan.

Je kunt bijna altijd samen genieten van een mooi momentje van rust en stilte. Zelfs als er mensen langskomen, gaan ze meestal verder zonder te kijken – geen wonder, ze zijn een product van onze zelfgecreëerde, wrede samenleving waarin mensen denken en niet voelen. Maar de energie van de boom kun je alleen voelen; deze is niet via het denken te bereiken. En om te kunnen voelen, moet je zelf sensitief, gevoelig zijn.

Deze dag is anders. Geluiden komen snel dichterbij. Hondjes blaffen en je hoort stemmen van volwassenen en de stem van een kind. Je herkent de stem; het is het levendige meisje van de bank. Door de bomen en struiken zie je nu vijf kleine hondjes, gevolgd door hun baasjes – een oudere vrouw en een oudere man – de weg af komen. Achter hen loopt het meisje snel naar de hondjes toe. Natuurlijk wil ze de hondjes gedag zeggen en de honden haar, maar de baasjes zijn daar niet zo enthousiast over. Als ze de boom passeren, begroeten ze je vriendelijk, maar gaan snel verder. Je ontdekt nog een zesde hondje – op de arm van de vrouw. De moeder roept het meisje en wijst naar de oude boom. Je begrijpt dat ze daar foto's willen maken. Je wilt moeder en dochter wat ruimte geven, dus je vertrekt. Omdat de meeste mensen niet lang bij de boom blijven, besluit je een klein stukje te lopen en dan rustig terug te keren naar de boom.

Maar dit moeder-dochterteam is anders. Als je een paar minuten later terugkomt, zijn ze er nog steeds. Ze hebben veel plezier samen en het is een vreugde om ze samen te zien. Er komt een aangename energie van hen uit, vooral van het meisje. Net als voorheen op de bank heeft ze veel aandacht voor alles wat er om haar heen gebeurt, waardoor ze je herkent en roept: ‘Wil jij ook naar de mooie boom kijken?’ Je stopt en antwoordt: ‘Ja, weet je... ik bezoek de oude boom elke keer als ik hier in het park ben. Het mooiste is als je heel dicht bij hem staat en hem aanraakt. Heb je dat al gedaan?'

Het meisje kijkt op naar de grote boom en vraagt: ‘Denk je dat hij dat voelt?’ … ‘Probeer het gewoon en let goed op wat er gebeurt, wat je zelf voelt.’ Ze kijkt nieuwsgierig en zonder enige argwaan en nadert dan de boom. Haar moeder lacht vriendelijk en moedigt haar aan om de boom aan te raken. Met haar rechterhand streelt ze zachtjes de schors van de boom. Opeens straalt ze – nog meer dan voorheen – over haar hele gezicht en in één snelle beweging spreidt ze haar armen en omarmt ze de boom zoveel ze kan. De moeder staat het toe. Het is mooi om te zien dat ze haar de vrijheid geeft om zelf te ontdekken, om zelf te beslissen. Je voelt dat ze echt van haar houdt. Ze is zeer alert, maar niet opdringerig, bemoeizuchtig of belerend. Het meisje mag de wereld met haar eigen ogen zien en zo de wereld en haar eigen aard leren kennen.

 

Leren is iets heel anders dan iets aanleren (kennis vergaren). Leren is het ‘Nu’ zien en ontdekken; aanleren is het overbrengen van kennis en een denkbeeld, en is dus niet echt levendig omdat het gebaseerd is op het verleden.

 

‘Nou, is dat een fijn gevoel?’ vraag je. Ze lacht van oor tot oor en zegt heel zachtjes ‘Ja’. Haar hele lichaam is heel dicht bij de boom en plotseling zegt ze: ‘Ik hoor en voel mijn hart in hem kloppen.’ Met de moeder heb je nog niet echt een woord gewisseld. Maar dat was ook niet nodig. Je voelt dat er een onzichtbaar band is en dat dit moment is zoals het moet zijn. Nu lacht ze in jouw richting en zegt: ‘Ik denk dat ze nu vaker een boom wil knuffelen.’ Je lacht verontschuldigend. Maar je weet dat haar woorden geen verwijt waren.

Het meisje komt naar je toe en zegt: ‘Wat doe je nog meer als je de boom bezoekt?’ … ‘Heb je de boom al goed bekeken? Ik bedoel echt in zijn geheel? Kijk, als je aan de overkant op het grasveld staat, kun je hem heel goed zien. Al zijn vele takken en naalden hoog in de lucht. En als je heel goed kijkt, zie je tussen de groene naalden de kleine dennenappeltjes.’ Ze gaat naar het aangewezen plekje en kijkt omhoog. ‘Hij is echt heel groot. Weet je hoe groot hij is?' ... ‘Ja, heel groot. Ik weet niet precies hoe groot hij is. Maar ik vind het ook niet zo belangrijk. Veel belangrijker is dat we hem heel goed zien en goed luisteren naar de geluiden die de wind maakt in zijn top.’ … ‘Ja, ik zie het, … de wind ook.’

In de tussentijd heb je een van zijn kegels opgepakt en geeft die aan het meisje. ‘Neem deze mee naar huis. Als herinnering aan je nieuwe grote vriend.' ... ‘Dat doe ik.’ ... Je wenst het meisje en haar moeder nog een fijne dag en gaat verder. Het meisje zwaait. Je zwaait terug... naar het meisje en je vriend, de oude boom. Het was een prachtige ontmoeting.

 

Hopelijk blijft het meisje haar hele leven even nieuwsgierig, levendig en aandachtig voor het leven. Hopelijk kan haar moeder een goede school vinden met goede leraren die haar zullen helpen werkelijk te leren en haar niet alleen zullen conditioneren en voorbereiden om te functioneren in onze wrede en ongevoelige samenleving.

 

Dit bezoek aan het park was totaal anders... deze keer was het niet de energie van de bomen, de struiken of de vogels die je aandacht trok, maar de energie van het kleine meisje dat het hele grote park vulde met levensenergie. ... Natuurlijk waren er nog veel meer mensen in het park die je zag – maar geen van hen straalde werkelijk iets uit – en je wordt je plotseling droevig bewust van hoe weinig levensenergie de meeste mensen hebben en delen met de wereld om hen heen.