zien én weten... 07

 

 

 

Terug in de auto was je opeens toch blij dat het zo goed afgelopen en voorbij was: je ontmoeting met de jongens bij de parkbank, nog maar enkele minuten geleden. Plotseling was je je er helder van bewust dat het snel uit de hand had kunnen lopen. Dit bewustzijn kwam echter voort uit het intellect dat terugkeek op wat was – heel anders dan de werkende intelligentie, die staat van puur bewust zijn in het Nu, die tijdens het gebeuren zelf aanwezig was. Het intellect kan zich de werking van de intelligentie later voor ogen halen, maar op het moment van werkende intelligentie moet het zwijgen. Anders is er geen sprake van intelligentie.

 

Intelligentie is zien én weten in één beweging, zonder de tussenstap van intellectuele interpretatie. Intelligentie is actie in het Nu en gebruikt het intellect alleen om de woorden te formuleren die je spreekt, maar zonder dat die woorden door het intellect zelf worden gefilterd of gevormd. Het intellect op zichzelf is nooit werkelijk in het Nu, in het enig echt bestaande ogenblik van het leven. Het gebruikt het Nu – dit heilige ogenblik – slechts om het vorige ogenblik te vertalen op basis van kennis en ervaring uit een voorbij verleden, om dit vervolgens in het volgende ogenblik als reactie te uiten.

We gebruiken hier bewust het woord ‘actie’ wanneer we spreken over het doen en laten in een staat van intelligentie, en ‘re-actie’ wanneer het doen en laten voortkomt uit het intellect. Zo zie je meteen heel helder het verschil: actie betekent letterlijk ‘één handeling’ – dus zonder tussenkomst van tijd/denken. Het voorvoegsel ‘re-’ maakt het letterlijk tot ‘terug-handeling’. Hoe leef je: reageer je vanuit het dode verleden of beweeg je mee met het stromende leven? Besef je de diepte van deze vraag? Het is geen vraag die je zomaar kunt beantwoorden. Uiteindelijk kom je erachter dat er nooit een afsluitend antwoord bestaat. Je kunt de vraag alleen van ogenblik tot ogenblik benaderen in een staat van zelf-bewust-zijn – in de letterlijke zin: je zelf bewust zijn van je eigen doen en laten. Niet achteraf, maar in elk ogenblik opnieuw. Zelfwaarneming – of zelfobservatie – is van veel meer belang en waarde dan zelfkennis. Wat heb je aan kennis over een dood verleden? Is het niet veel belangrijker te zien én te weten wie je bent – Nu – dan wie je was één minuut of tien jaar geleden, of volgens het beeld dat je daarvan construeert en ‘ik’ noemt?

 

Wat was er eigenlijk gebeurd? Je zat op een mooi houten bankje en keek naar het water van het prachtige vijvertje, waarin de gouden middagzon zich glinsterend weerspiegelde. Diezelfde zon scheen vanaf een strak helderblauwe, wolkenloze hemel op alles neer, voor iedereen – zonder enige voorkeur. Langs de oever naderde luidruchtig een groep jongens. Je nam het waar, meer niet. Opeens kwam een jongen – misschien zeventien jaar oud, slank, gekleed in korte broek en shirt, met een bierflesje in zijn hand dat zeker niet het eerste van die dag was – op je af. Hij liet zich met een brutaal gebaar naast je op de bank vallen, zei iets en keek je provocerend aan.

Je vroeg rustig: “Wat zei je?” – niet uit berekening of keuze, maar gewoon omdat je het echt niet had verstaan. De jongen keek geïrriteerd en je merkte dat de anderen vanaf een afstand verwachtingsvol toekeken. Hij was uit zijn verhaal en vroeg op een veel minder provocerende toon of je geen Nederlands begreep. Je antwoordde dat je naar al het mooie aan het kijken was en dat dit je volledige aandacht opeiste. Hij keek met een dwalende blik over het tafereel dat voor jullie lag, alsof hij het nu pas werkelijk zag, en vroeg of je hier vaak kwam zitten. Er ontwikkelde zich een – niet eens onsympathiek – gesprek. Zijn vrienden kwamen nu dicht voor het bankje staan en vroegen hem wat er aan de hand was. Het was duidelijk dat ze iets heel anders hadden verwacht en ze kregen bijna ruzie onderling. Je vroeg wat ze eigenlijk aan het doen waren. Ze vertelden dat het de eerste dag van hun examenvakantie was. Opeens vroeg er één of je ook een biertje wilde meedrinken en wees naar een plekje waar je dan mee naartoe moest lopen. Je bedankte vriendelijk en ze liepen terug in de richting waar ze vandaan waren gekomen. Je bleef nog even zitten en liep daarna terug naar de auto.

 

Zelf-bewust-zijn (zelfobservatie) is alleen mogelijk in een werkelijk ongespleten staat van zijn, dat wil zeggen: in absolute aandacht voor ‘wat is’, van ogenblik tot ogenblik. En dat ‘wat is’ omvat alles wat je ziet, hoort en waarneemt om je heen, evenals alles wat in je opkomt via gedachten, emoties en gevoelens. Binnen en buiten staan niet los van elkaar; sterker nog, ze zijn één onlosmakelijke, nooit eindigende beweging.

 

Let je er ooit werkelijk aandachtig op hoe je door het leven beweegt? Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal? Hoe loop je door een onrustige straat, een prachtig park of op weg naar het kantoor van je baas? Creëer je vooraf al een beeld, een verwachting of een voorgevoel van wat je te wachten staat? Als je dat beeld meedraagt, ben je nooit alleen op je pad – in de diepste zin van het woord: al-één-zijn. En als je dat niet bent, zie je nooit iets zoals het werkelijk is. Dan kijk je naar het leven met ogen die vertroebeld zijn door het dode verleden. Omdat binnen en buiten één beweging zijn, wordt de buitenwereld onvermijdelijk een weerspiegeling van je innerlijke staat. Dat is geen theorie, maar een feit. Elk denkbeeld – of het nu positief of negatief is – is verzet tegen ‘wat is’, tegen de werkelijkheid die het leven zelf is.

We hebben het hier niet over gedachten die op magische wijze een realiteit creëren, maar over het simpele feit dat wat je in de buitenwereld ziet, en hoe die wereld op je reageert, diepgaand beïnvloed wordt door je innerlijke gesteldheid. Innerlijk verzet tegen ‘wat is’, in de vorm van een denkbeeld over hoe het zou moeten zijn, schept verdeeldheid en een ‘ik’ dat afgescheiden door de wereld loopt in plaats van in al-één-zijn met het geheel mee te stromen.

 

Kun je zonder ‘ik’-beeld door de wereld, met het leven meestromen? De vraag is heel serieus en raakt de essentie die nodig is voor een werkelijk harmonieuze levenswijze. Een lichaam dat ontspannen en zonder verzet beweegt, straalt iets anders uit dan een lichaam dat via het denken permanent op alert, bang, vergelijkend of veroordelend wordt gehouden. Als er maar één iemand is – jij – die werkelijk geen verzet meer heeft tegen ‘wat is’, verandert de frequentie van elke situatie of relatie volledig. Niet omdat de buitenwereld opeens paradijselijk wordt, maar omdat je zelf niet langer meewerkt aan de spiraal van verdeeldheid en conflict. Je voedt die spiraal niet meer met gedachten, emoties en de daaruit voortkomende reacties. Er is geen angst, anticipatie of oordeel meer.

Het denken, het intellect, vraagt zich af: kan ik deze onbevangenheid creëren of aanleren? Zie je dat juist die vraag al verdeeldheid schept tussen ‘wat is’ (dat je niet onbevangen bent) en wat je graag zou willen zijn? Het deel – het intellect – vraagt zich af of het het geheel – de intelligentie – in zijn beperkte ruimte kan binnenhalen. Het onbeperkte kan niet in de ruimte van het beperkte wonen; het kan het beperkte alleen omvatten wanneer het beperkte zijn weerstand opgeeft en zich niet langer afsluit. Wanneer het beperkte – het denken, het intellect – zijn eigen beperking volledig doorziet en door absoluut inzicht in zijn eigen werkwijze stilvalt, is het gebeurd. Dan kan de intelligentie tot volle bloei en actie komen.

 

Vanzelfsprekend vergt deze absoluut bewuste staat van zijn veel energie, maar die energie is er eenvoudigweg omdat je haar niet langer verspilt aan het onophoudelijk interpreteren van de werkelijkheid via denkbeelden. Je ziet én weet, zonder meer. Het ‘én’ gebruiken we hier om duidelijk te maken dat het één absolute, ongespleten beweging is.

 

Heeft je doen en laten een reden? Dan is het geen actie, maar een re-actie vanuit een denkbeeld. Het gebruik van ‘doen en laten’ in plaats van ‘handelen’ maakt duidelijk dat het bij handelen niet alleen gaat om wat je doet, maar evenzeer – en vaak is dat zelfs belangrijker - om wat je niet doet.

 

Zelf-bewust-zijn… Kijk Nu – natuurlijk alleen als je werkelijk geïnteresseerd bent – eens goed naar jezelf: ben je je er helder van bewust wat je uitstraalt? Niet via de uiterlijkheid van het lichaam, maar vanuit je energie, je innerlijke gesteldheid? Beweeg je je tegen het leven – vanuit een denkbeeld van hoe het moet of hoort te zijn – of stroom je gewoon mee?