al-één-zijn... 04

 

 

V: Volgens mij wijs je op het cruciale stapje, het momentje wanneer verstand en geest verbinding met elkaar maken. Maar als je zegt dat er geen methode is, ontken je de belangrijkheid het verstand tot rust te brengen en ook de nodige balans tussen verstand, zintuigen, geest, hart en ziel in het lichaam.

 

N: Zijn we nog aan het verkennen als de een zegt ‘zo is het’ en de ander ‘nee, zo’? Laten we toch stap voor stap kijken naar het complexe wezen van de mens…

 

V: Ik zeg niet dat het niet juist is wat je zegt; ik wilde alleen erop wijzen dat er meer is. Laat het ons stap voor stap op een rij zetten.

 

N: Is het belangrijkste niet gewoon te zien wat is? Ik bedoel, we moeten opletten de verkenning — de woorden — niet belangrijker te maken dan het zien…

 

V: Dat is zeker waar en iets om in gedachten te houden.

 

N: Mag ik een verhaaltje vertellen voordat we onze verkenning opnemen? … 

Een jonge man heeft een nieuwe auto; een werkelijk fraaie en moderne wagen. … als je ermee onderweg bent, is het waarlijk puur rijplezier; hij geniet er enorm van … 

Op een dag besluit hij een uitstapje naar zee te maken. Hij heeft alles goed voorbereid en veel gelezen om het leukste plekje te vinden... 

Onderweg verbeeldt hij zich al hoe hij langs het strand wandelt, hoe de warme zon op zijn gezicht voelt en het water tegen zijn blote voeten spat. Hij kan bijna het ruisen van de golven horen en de geur van de zee ruiken. Hij glimlacht bij de gedachte die in zijn hoofd draait: dat hij daar het meisje van zijn dromen tegenkomt. Het ritje gaat vlug vooruit, en zijn gedachten beelden het dagje aan zee meer en meer uit. 

Op de parkeerplaats aangekomen kan hij de zee al zien, de golven horen... hij stelt de motor af, heeft de klink al in zijn hand en dan... hij is zo verliefd geworden op het rijden in deze auto, dat hij de motor weer start en rijdt en rijdt...

 

V: De auto is hier de metafoor voor het verstand, nietwaar?

 

N: Precies.

 

V: Je zou nooit weten wat de zee — de geest — is als je niet uit de auto — het verstand — stapt.

 

N: Nee, als de zee als metafoor voor de geest staat, is er nog altijd verdeeldheid. Het uitstappen is de cruciale handeling: het zien van wat is… je kunt de geest niet binnengaan… de geest is vrij wanneer het verstand zijn eigen geschapen beperkingen herkent en dus de herhaling opgeeft…

 

V: Het uitstappen is dus de verbinding?

 

N: Nee, ook dat niet. Het zien van zijn eigen beperking en het uitstappen is de handeling… het verstand heeft, als we het zo willen noemen, de rups achter zich gelaten en is de vlinder geworden…

 

V: Het verstand is opgegaan in de geest... ja, dat is nu heel duidelijk… ik zie nu waarom je zegt dat er geen sprake is van verbinding… 

 

N: Precies. En het is belangrijk te beseffen dat de werktuiglijke functie van het verstand, het denken, natuurlijk volledig beschikbaar blijft.

 

V: Maar het verstand heeft niet langer de behoefte de leiding op te eisen. … op die manier wordt er geen energie meer verspild aan het instandhouden van beelden. … ja, dat is helder.

De zintuigen zijn onderdeel van de geest, dat is een logisch feit. Maar hoe werken ze in de twee verschillende staten? Het verstand in zijn beperktheid maakt immers gebruik van de zintuigen… wat verandert er als het verstand zijn beperking ziet en opgeeft?

 

N: Dat is zeker een essentieel punt. Zoals je zegt, het verstand maakt alleen gebruik van de zintuigen; dat wil zeggen, hij laat ze niet echt tot bloei komen en hij maakt zo goed als nooit ten volle gebruik van alle zintuigen. Bijna altijd is de focus gericht op slechts één ervan…

 

V: Een vrije geest laat alles tot volledige bloei komen... tegelijkertijd….

 

N: Precies: alles … al-één-zijn … 

Misschien moeten we dan het ‘tot rust komen’ bespreken? … Of zien we misschien nu gewoon dat elk streven, elk hunkeren naar rust, het tot rust komen juist tegenwerkt? Is het niet zo dat het de onrust in stand houdt en zelfs nog versterkt?... Wat niet wil zeggen dat het tot rust komen niet van groot belang is, maar niet door te vechten — of je nu vecht vóór de rust of tégen de onrust, dat maakt trouwens daarbij geen enkel verschil — maar door het zien van wat is; door besef dat inzicht is.

 

V: Dat was me nu bijna al duidelijk, maar nu ook nog zo helder te zien dat vechten vóór of tégen iets precies hetzelfde is, maakt het inzicht nog duidelijk scherper en belangrijker… met vechten bereik je helemaal niets.

 

N: Zo is het, dat is juist.

 

V: Maar voor mij rijst nu zojuist de vraag: ligt dat wat we met 'hart' omschrijven dan niet uiteindelijk ook op het vlak van de geest? Ik bedoel, als we stellen dat een vrije geest al-één-zijn is en alles tot volledige bloei laat komen, bloeien dan niet vanzelf in de geest de attributen en kwaliteiten op die we aan het hart toeschrijven? … We hebben het hier … soms denk ik dat dit niet voor iedereen helder is – natuurlijk niet over het fysieke hart, maar we omschrijven daarmee ja de ‘hart’-kwaliteiten… de diepste gevoelens, niet de gevoelens op de vlakte van het verstand…

 

N: Ja. … Tussenvraagje: is er echt sprake van gevoelens op de vlakte van het verstand… of zijn dat alleen maar emoties teweeggebracht door het denken? … Zie je dat verstand – denken – en gevoelens nooit samengaan? Gevoelens zijn direct, onmiddellijk, onverdeeld… denken is tijd en kan dit niet; … dus als het denken ertussen komt, is er geen sprake van gevoelens…

 

V: Dat maakt het heel helder en vaagt elke misvatting weg. …

 

N: We zijn nu aan het beseffen dat het uitstappen uit het verstand – het momentje waar zien en handelen één zijn – een volledig nieuwe staat van zijn teweegbrengt… nietwaar? … het is ja niet alleen het einde van de innerlijke verdeeldheid, maar tegelijkertijd het besef dat innerlijk en uiterlijk één zijn. Het inzicht: het leven is één, laat het vechten tegen wat of wie dan ook meteen eindigen… en als er geen weerstand en conflict meer is, ontwaken vanzelf de ‘hart’-kwaliteiten… genegenheid voor de natuur, mededogen voor de medemens en liefde voor het leven…

 

V: Als ik naar deze verandering in de staat van zijn kijk, begrijp ik nu pas echt wat je bedoelt met ‘bewustzijn is iets heel anders dan bewust zijn’…

 

N: Ja, bewustzijn is een constructie van het verstand, gebaseerd op herinnering, ervaring en kennis uit het verleden; als je zo wilt een dood beeld waarop we ons ‘ik’-beeld hebben gecreëerd enzovoort… bewust zijn is voortdurend bewust leven in het hier en nu…

 

Ik vraag me af… als we nog eens naar ons verhaaltje kijken en het als volgt verder laten lopen: de jonge man stelt de motor weer af en loopt naar de zee… is hij dan daadwerkelijk uit het verstand gestapt?

 

V: Je bedoelt dat hij zijn 'auto' — zijn verstand — kan meenemen in zijn hoofd, zelfs als hij fysiek op het strand staat?

 

N: Helemaal juist! … ik wilde het grote gevaar duidelijk maken dat het verstand – het denken – zichzelf heel graag voor de gek houdt door gewoon weer een nieuw denkbeeld te creëren.

 

V: Is de valstrik misschien dat we het ‘Nu’ als een punt zien dat te bereiken is… 

 

N: Volgens mij wel, zolang men niet beseft dat het ‘Nu’ helemaal losstaat van de tijd. Tijd is denken in termen van verleden, heden, toekomst… Het ‘Nu’ daarentegen is het eeuwig voortdurende momentje waarin het leven plaatsvindt… 

 

V: En in het ‘Nu’ kun je alleen maar zijn… 

 

N: Aandacht hebben voor alles wat er is… bewust zijn…

 

V: En voordat jij het nu vraagt… de ziel is ook niets meer dan een denkconstructie waarmee we proberen een beetje meer betekenis aan ons ‘ik’-beeld te geven… 

 

N: Precies. Betekenis aan, of de hoop op, een voortbestaan van het ‘ik’ na de dood…

 

V: Heel mooi en helder… uiteindelijk blijft nog het lichaam over… het huis van de geest, als je zo wilt het voertuig om de mooie aarde te bewandelen… 

 

N: Voor een vrije geest wel… anders is het waarschijnlijk meer een gevangenis… 

 

V: Helaas, ja…

 

N: Misschien is het nog interessant zich bewust te maken dat het lichaam zijn eigen intelligentie heeft. Ik bedoel daarmee instincten en reflexen. … ik zie de afgrond en draai meteen om; zien en handelen is één.

 

V: Je bedoelt dat in elke cel een fysieke intelligentie besloten ligt die reageert zonder dat het denken ertussen komt. Maar kan het niet zo zijn dat het denken in een flits reageert omdat het de afgrond identificeert?

 

N: Kijk naar de feiten. We hebben gezien: denken kan alleen werken op basis van opgeslagen informatie, toch? … een jongetje van een jaar of zoiets is nog nooit verteld dat een slang gevaarlijk is, maar hij ziet ze en loopt meteen weg… of een baby draait zich weg van de felle zon… dat baby kan nog niet denken, maar reageert instinctief om zijn oogjes te beschermen…

 

V: Ja, dat is waar… en het betekent dat het menselijk lichaam buitengewoon intelligent is…

 

N: Ik zou het niet aan het menselijke vastmaken… ik zou zeggen: leven of levende wezens zijn buitengewoon intelligent… kijk naar de bloem… ze sluit haar kelk bij regen… en de bloem heeft niet eens een brein…

 

V: Wonderen van de natuur…

 

N: De natuur waar de mens deel van uitmaakt, niet te vergeten…

 

V: Niet te vergeten, juist…

 

N: En nu... wat is er gebeurd met jou? Kon jij dat alles stap voor stap helder zien...?