ontmoetingen... 21

 

 

Hij was een man van achter in de vijftig en we kenden elkaar al geruime tijd. Zijn lucratieve baan bood hem een comfortabel bestaan, maar tegelijkertijd was hij er de slaaf van; de constante vrees om zijn status te verliezen hield hem in een ijzeren greep. Diep vanbinnen – waarschijnlijk meer onbewust – besefte hij dat zijn werk er wezenlijk niet toe deed. Ondanks zijn hoogdravende functietitel had hij geen werkelijke inbreng, en zijn angst reduceerde hem tot een gehoorzame volgeling van zijn baas. Toch sluimerde er in hem een onderdrukt verlangen om alle ketenen af te werpen. Dat was vermoedelijk de reden dat hij met mij in contact bleef; helaas hoopte hij telkens op pasklare antwoorden voor de existentiële vragen die hem kwelden. Meestal cirkelde hij om de kern heen door te verhalen over recente incidenten. Ook dit gesprek volgde dat stroeve patroon. Het had geen zin om het op deze manier voort te zetten, en dus…

 

N: Wat is je eigenlijke vraag? Waarover willen we het vandaag écht hebben?

 

V: Wij [hij doelde op zichzelf en zijn vrouw] trekken ons steeds meer terug. We weten niet meer wie we kunnen vertrouwen. In de zakenwereld is iedereen louter in zichzelf geïnteresseerd; iedereen wil vooraan staan. Mijn baas moedigt dit maar al te graag aan. 

Maar het trekt door in alles; je weet niet meer wie je moet geloven, je weet niet meer wie de waarheid spreekt. Waar gaat het met deze wereld naartoe?

 

N: We hebben het dus over waarheid!? Waarom wil je dat een ander jou de waarheid vertelt? Kan een ander dat überhaupt wel? Ontken je de essentie van waarheid niet juist door te verwachten dat zij jou van buitenaf wordt aangereikt?

 

V: Maar hoe moet een gewoon mens er dan achter komen wat er gaande is? Je moet politici toch kunnen vertrouwen? Zij horen het land naar een goede toekomst te gidsen, het beste met ons voor te hebben… Maar tegenwoordig voelt het alsof ze alles stelselmatig afbreken. Als dit zo doorgaat, komen we in een grote oorlog terecht… Ik wil er niet eens aan denken…

 

N: Ik vrees dat je de verkeerde vragen stelt. Je wilt de waarheid zien en weten, maar verwacht haar uit de mond van een ander. Verwacht je echt dat een leider – een mens gedreven door machtswellust – het bestaan van de mens zal verbeteren? Ben je echt zo naïef? Kijk met open ogen naar wat in de wereld gaande is, zonder de sluier van je eigen vooroordelen en denkbeelden, zonder wat tradities of leiders je willen wijsmaken. Zie de werkelijkheid, de feiten! De verdeeldheid escaleert; aanhangers van welke partij dan ook slingeren woorden van afgunst, afwijzing en zelfs haat naar hun zogenaamde tegenstanders en noemen hun destructieve gedrag ‘strijden voor de goede zaak’. Geloof je echt dat op zo’n manier een vreedzame samenleving gedijt? 

Geen enkele partij is tegen oorlog... misschien tegen een specifieke oorlog, maar geen enkele partij wijst oorlog ronduit af. Ze zijn er alle voor om astronomische bedragen in de oorlogsmachinerie – wapentuig en soldaten – te investeren, natuurlijk mooi gepraat onder het mom van ‘voor onze veiligheid’. Geloof je die onzin?

 

V: Wat jij en ik echter niet zeker weten, is of de vijanden van de democratie niet al van plan zijn ons aan te vallen. Een leger ter afschrikking is toch wezenlijk anders dan een aanvalsleger?

 

N: Bestaat dat verschil werkelijk? Wat denk je dat de zogenaamde vijand zijn kinderen vertelt over ónze motieven? Beide zijden bouwen aan een vijandbeeld. Wanneer jouw zoon of dochter wordt opgeleid tot soldaat – wat betekent: leert doden op commando – wat denk je dat er met hun geest gebeurt? Verliest een mens die bereid is een ander te doden niet al zijn menselijkheid? 

Vrede is geen doel dat via oorlog bereikt kan worden. Vrede is helemaal geen doel; vrede is de enige manier van leven.

 

V: Dat klinkt als waarheid, maar is het haalbaar? De mensheid zou zichzelf radicaal moeten veranderen. Dat kan één mens in zijn eentje toch niet?

 

N: Het is geen kwestie van ‘worden’. Worden vereist tijd, en tijd betekent dat je ‘wat is’ probeert te veranderen. Maar elke verandering van ‘wat is’ draagt de kiem van het oude verder in zich. Het goede kan dus nooit uit het kwade voortkomen. Het kwade moet eerst eindigen, wil het goede tot bloei komen. En het eindigen van het kwade is alleen mogelijk wanneer het volledig wordt gezien én begrepen. Inzicht is immers ‘Nu’ of nooit.

 

V: Maar hoe komt de mensheid tot dit inzicht?

 

N: De vraag naar een ‘hoe’ is weer de vraag naar een methode, een proces in de tijd, en is daarom de verkeerde benadering. De ‘mensheid’ kan niet tot inzicht komen; alleen de enkeling kan dat, zodra hij of zij ziet ‘wat is’ - de werkelijkheid – zonder deze enigszins te duiden op basis van het verleden in de vorm van gezag, traditie, geloof, eigen denkbeelden en overtuigingen, enzovoort… Je moet het zelf doen! Wanneer één enkeling tot inzicht komt – ziet én weet – heeft dat invloed op de gehele mensheid, simpelweg omdat de mens de mensheid ís.

 

V: Denk je echt dat het iets uitmaakt of ik verander, terwijl miljoenen anderen dat niet doen? Heeft het individu werkelijk die invloed? 

En als ik de waarheid herken… wat doe ik er dan mee? Hoe zorg ik er dan voor dat de rest haar ook ziet?

N: Sta toch eens even stil. Kijk rustig naar wat je zojuist hebt ontdekt en dood het niet direct met een nieuwe vraag. Laat het nieuwe eerst eens tot bloei komen.

 

We waren een tijdje stil en je kon voelen dat hij met zijn gedachten worstelde…

 

N: Weet je, ik hoorde ooit een mooi verhaal… Twee vrienden maakten een wandeling over een zonovergoten bospad. Ze liepen in volkomen stilte, zonder ook maar één gedachte, zonder een woord te zeggen… Ze waren gewoon één met al de schoonheid om hen heen: de oude, waardige bomen, al het weelderige groen, het ruisen van de wind, de zonnestralen die door het bladerdak braken. Plotseling raapte een van hen iets op. Hij hield het behoedzaam in zijn handen en zijn ogen straalden van pure vreugde. De ander vroeg nieuwsgierig: ‘Wat voor wonderbaarlijke ontdekking heb je gedaan? Je lijkt volledig gefascineerd.’ De vriend antwoordde vol ontzag: ‘Ik heb een stukje waarheid gevonden.’ Waarop de ander onmiddellijk uitriep: ‘Geweldig! Laten we haar organiseren en aan de hele wereld verkondigen!’ Begrijp je waarom ik je dit vertel?

 

V: Ik denk het wel. Je wilde me laten zien dat men de waarheid niet kan vasthouden en dat men de waarheid vernietigt zodra men haar probeert vast te leggen of te organiseren. Je kunt haar alleen herkennen in volkomen onafhankelijkheid, nietwaar?

 

N: Precies. De waarheid openbaart zich alleen aan een geest die volledig vrij is van vooroordelen, bijbedoelingen, motieven, conditionering, enzovoort… Waarheid is springlevend; zij is het leven zelf en kan zich dus alleen van moment tot moment opnieuw openbaren. Zodra je haar probeert vast te houden, wordt zij het verleden – verliest zij haar vitaliteit en wordt zij een dood ding zonder enige betekenis.

 

V: Maar dat zou betekenen dat waarheid geen eindbestemming is die je kunt bereiken… dat zeg je toch daarmee?

 

N: Wat ik zeg is niet van belang. Het gaat om jóúw… dat jij ziet én weet…

 

We zwegen een poosje…

 

V: Kunnen we het nog eens hebben over de invloed van de enkeling op de rest van de mensheid? Ik vrees dat als ik op eigen kracht tot inzicht kom, ik vervreemd raak van de rest; dat ik alleen kom te staan, geïsoleerd van de maatschappij.

 

N: Ben jij – is de mens – werkelijk een individu? Laten we eens kijken naar de letterlijke betekenis van dat woord: de Latijnse oorsprong betekent ‘niet-deelbaar’, een eenheid in zichzelf. Maar vraag jezelf eens af: ben je werkelijk een eigen, niet-deelbare eenheid die afgescheiden is van de rest van de mensheid, losgekoppeld van het leven? Of maak je onlosmakelijk deel uit van de mensheid en van al het leven op aarde? Leven betekent immers in relatie staan, nietwaar? En kijk eens naar je innerlijk: ben je daar niet, net als bijna ieder ander mens, hopeloos verdeeld? Kijk naar de strijd tussen je gedachten en je daden… Jij, ik en alle andere mensen op aarde zijn, in de ware zin van het woord, helemaal geen individuen. Ieder mens is een onlosmakelijk deel van de mensheid, van het leven. 

Niemand kan in isolatie bestaan. Dat is een onomstotelijk feit. En dus, wanneer één mens werkelijk verandert – ziet én weet ‘wat is’ – verandert de gehele mensheid.

 

Je vraagt je misschien af of dit een grote impact zal hebben… maar is dat niet een verkeerde vraag? Wat is het alternatief? Als jij niet fundamenteel verandert, zal deze wereld van chaos, geweld en lijden blijven zoals zij is… toch?

 

V: Als ik dit alles eerlijk en oprecht tot me laat doordringen, word ik me pijnlijk bewust van de enorme verantwoordelijkheid die ieder mens draagt voor de mensheid en voor het leven op aarde… Dan kun je niet langer naar een leider kijken om je de weg te laten wijzen… Maar ik moet dan ook eerlijk zeggen dat ik niet weet of ik mijn leven in dit bewustzijn en met zulke verantwoordelijkheid wíl leven… of ik dat wel kán.

 

N: Dat is de vraag die eenieder voor zichzelf moet onderzoeken en beantwoorden… Maar werkelijk leven betekent een pad bewandelen dat bij elke stap opnieuw ontstaat, zonder een spoor achter te laten.