vonkjes... 03
‘De bomen staan als sculpturen, onverwoestbaar en trots’, schreef ze bij twee mooie foto’s van verschillende bomen.
Volgens mij heeft ze de bomen niet werkelijk gezien en begreep ze ook hun aard – hun wezen – niet.
Mensen zijn trots. Bomen zijn waardig. Waardig, louter omdat ze zijn wie ze zijn; niet trots omdat ze iets zijn geworden. Dat is een wezenlijk verschil: het grote verschil tussen de rest van de natuur en de mens.
Bomen zijn ook niet onverwoestbaar; integendeel, ze zijn kwetsbaar. Omdat ze kwetsbaar zijn, bewegen ze mee met het leven, en juist omdat ze meebewegen, hebben ze niets gemeen met sculpturen. Bomen zijn wat ze zijn: ze zijn werkelijk, ze leven. En leven betekent voortdurende vernieuwing. Sculpturen zijn dode dingen.
Alleen mensen bewonderen dode dingen en maken daarom zelfs een ‘sculptuur’ van zichzelf – in de vorm van een denkbeeld, een ideaal waar ze naar streven en waar ze trots op kunnen zijn.
... Maar als je de bomen werkelijk wilt zien, kun je niet kijken met de ogen van je in denkbeelden werkende verstand, maar met de ogen van een tot inzicht gekomen en dus lege en vrije geest.
... en als je dat doet, gebeurt er misschien iets buitengewoons: je bent dan zelf een boom – niet fysiek natuurlijk, maar in je hele wezen.