ontmoetingen... 12

 

 

Terwijl we door het prachtige park liepen, vertelde hij hoeveel moed hij had gekregen door de cursus die hij volgde bij een bekende coach voor mentale ondersteuning en ontwikkeling.

 

‘Het is bemoedigend dat we aan het begin staan van een nieuw tijdperk; als je je daar eenmaal bewust van bent, zie je het overal en kun je de onrust in jezelf en in de wereld veel beter begrijpen. Veel mensen werken aan de ontwikkeling van hun bewustzijn en worden steeds bewuster. B. noemt het het transformatietijdperk, maar ik denk dat de term bewustzijnstijdperk het veel duidelijker maakt. Het gaat over bewustzijn, over je bewust worden van je potentieel en de moed vinden om het te laten bloeien en groeien.’

 

We wandelden langs een kleurrijk bloemenveldje en je vroeg hem: ‘Wat denk je dat het grote verschil is tussen die prachtige bloem daar en ons mensen?’

 

Hij keek je vreemd aan.

 

‘Je praat heel veel over bewust worden, maar je bent bewust of je bent het helemaal niet. Dus vraag ik je: Ben je je bewust van al het moois om ons heen? Zie je het echt? Of zit je gevangen in je bewustzijn?’

 

Hij zweeg en je voelde dat hij niet precies begreep wat je probeerde duidelijk te maken.

 

‘De bloem is volledig in een staat van zijn; wij mensen zijn in een staat van worden. Denk je dat je ooit van een staat van worden naar een staat van zijn kunt gaan?’

 

Hij antwoordde prompt: ‘Maar je moet eerst die staat van zijn bereiken, die moet zich ontwikkelen, en dat is precies waar zoveel mensen zich momenteel mee bezighouden.’

 

‘Dus je wilt de staat van zijn bereiken door middel van bewustzijnsontwikkeling?’

 

‘Precies.’

 

‘Ik denk dat je twee dingen door elkaar haalt die absoluut niets met elkaar te maken hebben: bewustzijn en bewust zijn. Dus bewustzijn geschreven in één woord, en bewust zijn in twee woorden. Bewustzijn is al je kennis, ervaringen, overtuigingen, enzovoort waarop je je ‘ik’ of ego bouwt. Wanneer je dat ontwikkelt, is het een wordingsproces, maar het blijft altijd gebaseerd op het verleden. Het is altijd beperkt, omdat kennis en ervaring het verleden vertegenwoordigen. Wanneer je het ‘Nu’ bekijkt vanuit je bewustzijn, je ‘ik’, kijk je altijd door de lens van het verleden en meet je ‘wat is’ af aan je beperkte kennis en ervaring. Geloof dat niet zomaar, proef het nu... hoe kijk je naar die bloem daar, of hoe luister je naar mijn woorden?’

 

Hij reageerde opnieuw onmiddellijk, maar niet op de vraag: ‘En wat denk jij, wat versta jij onder bewust zijn?’

 

‘Bewust zijn betekent eenvoudig zien wat er is, zonder meer… zonder woorden, zonder gedachten die het ‘wat is’ – het nieuwe – vertalen op basis van al die oude troep die je hebt verzameld en opgeslagen in je hersenen als je ‘ik’, je bewustzijn.’

 

‘Dat komt binnen. Ik denk dat je gelijk hebt. We kijken vaak – misschien zelfs constant – door de sluier van ons verleden, vanuit het perspectief van wat we denken dat het zou moeten zijn. … Maar ik vraag me af hoe we deze sluier kunnen verdrijven of verwijderen?’

 

‘Je zegt dat het binnenkomt, dus je hebt voor jezelf iets nieuws ontdekt. Waarom sta je er niet even bij stil en besef je het ten volle? Waarom wil je meteen de volgende stap zetten zonder de eerste stap volledig in je op te nemen?’

 

‘Ik denk dat ik het goed begrijp, en dan vraag ik me natuurlijk af wat ik kan doen om het in de praktijk te brengen… of weet jij nu het antwoord op mijn vraag niet?’ Hij lachte een beetje.

 

‘Ik denk niet dat het uitmaakt of ik het antwoord weet of niet. Wat belangrijker is, is dat je het zelf uitzoekt. Waarom hechten mensen zoveel waarde aan wat iemand anders zegt – aan de woorden van een coach of mentor, wat volgens mij gewoon nieuwe, moderne woorden zijn voor een goeroe? 

Ik vraag me af of het nu echt tot je doordringt dat het nieuwe tijdperk waar je het over had, niet bereikt kan worden door de evolutie van bewustzijn. Simpelweg omdat bewustzijn het nieuwe alleen via het oude kan ontmoeten. De toekomst staat daarom nooit los van het verleden en het heden blijft het oude, in een licht gewijzigde vorm.’

 

‘Ik ben nog niet helemaal overtuigd. Maar ik wijs het ook niet af.’

 

‘Nou ja. Laten we eens kijken en ontdekken hoe ons brein, onze hersenen – de opslagplaats van al onze kennis, ervaringen, tradities, overtuigingen, enzovoort – werken. Ons brein ratelt onophoudelijk, de ene gedachte volgt de andere op. En omdat het brein orde nodig heeft om te functioneren, creëert het uit alles wat opgeslagen is wat we ons bewustzijn of ons ‘ik’ noemen. Bewustzijn is in feite niets anders dan zijn inhoud. Het denken zelf is de schepper van de denker, die op zijn beurt het denken zelf is. Zie je dat?’

 

‘Nee, niet helemaal. Ten eerste moet er meer zijn dan dat, en ten tweede: wat is het verband tussen denken en bewustzijn?’

 

‘Laten we het – voor je eigen bestwil - rustig aan doen. Of er meer is, zullen we ontdekken, maar dat kan alleen door elke stap goed te begrijpen. Denken, in zijn behoefte aan orde, creëert de denker; de denker is niets anders dan het bewustzijn, het ‘ik’, het ego. Er is dus geen verband tussen denken en bewustzijn; denken ís bewustzijn.’

 

‘Als ik het heel eenvoudig zeg: alles wat bestaat is het denken. Het denken creëerde de denker om orde te scheppen en misschien ook identificatie!?’

 

‘Precies. Ontdek het in jezelf... wanneer het denken ophoudt, is er geen bewustzijn meer, geen identificatie met een ‘ik’. En zoals je waarschijnlijk zelf kunt waarnemen, is denken niet in staat een staat van zijn te creëren.’

 

‘Ik kan me een staat van zijn voorstellen en de hersenen kalmeren met bepaalde oefeningen. Hoe meer iemand oefent, hoe groter de kans dat hij die staat van zijn bereikt. Of niet?’

 

‘Het denken kan een beeld creëren van alles en nog wat, maar een beeld is niet het ding zelf; een beschrijving is niet waar het naar verwijst. Oefeningen van welke aard dan ook kunnen het brein tijdelijk kalmeren, maar wat we nodig hebben is een staat van natuurlijke rust die tot actie leidt.’

 

‘Nee, daar ben ik het niet helemaal mee eens. Je moet ergens beginnen als je iets wilt bereiken. Oefening baart kunst, toch?’

 

‘Heb je dit zelf onderzocht en er natuurlijke rust door gevonden? Of geef je iets door wat iemand je verteld heeft? Waarom ontdek je het niet zelf, stap voor stap, in je eigen brein? 

Je hebt hier helemaal niemand anders voor nodig, integendeel… Zie je niet dat je voortdurend probeert de staat van zijn te bereiken door te worden, en dat precies gebeurt wat ik net heb beschreven: het brein ratelt maar onophoudelijk door?’

 

‘Goed, ik accepteer dat de hersenen geen natuurlijke rust kunnen creëren.’

 

‘Nee, alsjeblieft. Het gaat er niet om iets zomaar te accepteren. Je moet het in zijn geheel zien, het volledig begrijpen en het als feit erkennen. Dat is echt belangrijk voor jezelf.’

 

‘Waarom is dit zo belangrijk?’

 

‘Alleen als het werktuiglijk functionerende brein zijn eigen beperkingen inziet en, op basis van dit inzicht, zwijgt, ontstaat de mogelijkheid van een fundamentele verandering... dat wil zeggen: het einde van het worden en het begin van het zijn. Nogmaals, heel duidelijk: worden en zijn hebben niets met elkaar gemeen. Worden kan de staat van zijn niet bereiken. Alleen als het worden – het bewustzijn, het ik, het ego – door besef stilvalt, ontwaakt ‘het andere’.’

 

‘Met ‘het andere’ bedoel je datgene wat wij 'zijn' noemen, toch?’

 

‘Helemaal juist.’

 

‘Maar ik vraag me af hoe dat zou zijn, en als het bewustzijn ophoudt, hoe werkt ons brein dan, of werkt het helemaal niet?’

 

‘Vind het uit, wat heb je aan een beschrijving? Je kunt het leven niet beschrijven, je moet het leven.’

 

Hij keek alsof hij een prachtig geschenk had gekregen dat onmiddellijk in duigen viel, en zei: ‘Toen ik eerder zei dat er meer moest zijn dan louter denken, beloofde je dat we het zouden ontdekken, maar nu heb je alleen maar laten zien dat denken geen uitweg vindt uit de tredmolen van het worden. Dat begrijp ik, maar nu heb ik minder dan tevoren.’

 

‘Je bent vrijer dan ooit tevoren. Vrij van illusies — tenminste, wanneer je met je hele wezen verinnerlijkt wat je zegt. Ik zeg dit omdat ik voel en zie dat dit nog niet volledig is gebeurd. 

Laten we het nog eens stap voor stap bekijken: het rusteloze, kletsende brein ziet zijn eigen rusteloosheid onder ogen en beseft dat het machteloos is om zelf iets te veranderen. Het ziet in dat het al zijn energie verspilt als het zo doorgaat. Door dit te zien en diep te verinnerlijken, kalmeert het op natuurlijke wijze en valt stil... en zo komt de energie vrij. Dat betekent dat het brein zeer actief en alert wordt: vrij om te zien wat is.’

 

‘Dus je bedoelt dat de hersenen anders functioneren dan voorheen? Maar hoe kunnen ze functioneren als het denken stil is?’

 

‘Voordat inzicht ontstond, werd alle energie van het brein volledig in beslag genomen door het denken, door de schepping van de denker, het ‘ik’. Dat alles is nu tot zwijgen gekomen. Dat wil niet zeggen dat de hersenen niet meer kúnnen denken, maar dat ze het denken alleen gebruiken wanneer dat nodig is: als hulpmiddel om bijvoorbeeld van A naar B te komen of om werk te verrichten. Als het niet nodig is, is het brein zich alleen bewust van wat is.’

 

‘De – noemen we het – nieuwe manier waarop de hersenen functioneren is voor mij begrijpelijk, maar de vraag die voor mij onbeantwoord blijft, is de verbinding tussen geest, hart en lichaam. Zonder deze verbinding is een staat van zijn volgens mij onmogelijk. Volgens B. komt de verbinding met je hart tot stand via de sensaties van je lichaam, niet via je hoofd of hersenen.’

 

‘Zoals we hebben gezien, kan het brein geen rust en orde creëren door middel van het denken. Het kan alleen zijn eigen beperkingen onder ogen zien en stilvallen. In de vrede van deze stilte vallen de zelfgecreëerde muren – de denkbeelden en illusies – weg en het brein sluit zich niet langer af van de geest, maar vervult binnen de geest zijn werktuigelijke functie. En een vrije onverdeelde geest handelt op een heel andere manier… mededogen en liefde zijn dan geen denkbeelden maar de essentie van alles doen en laten… het hart vind je in de vrije geest en niet in je borst… en een vrije geest zorgt dan ook voor de juiste behandeling van het lichaam in vorm van juiste voeding, beweging, rust, enzovoort. Juist in de zin van wat werkelijk nodig is…’

 

‘Wat we hebben besproken, verschilt enorm van wat ik van B. heb geleerd. Begrijp ik het goed als ik zeg dat de eerste stap is om onder ogen te zien wie ik nu ben en hoe mijn gedachten, daden en gedrag werken?’

 

Hij was even stil, keek je aan, maar was meer in zichzelf gekeerd. Hij vervolgde toen enigszins aarzelend: ‘En als ik me niet vergis, moet ik kijken naar wat is, en dat helemaal zonder doel, zonder iets te willen bereiken?’

 

‘Precies. Onvoorwaardelijk zien wat er is, is de handeling die alles verandert. En als je het doet, zul je zien dat de eerste stap ook de laatste stap is.’

 

‘Wat bedoel je daarmee?’

 

‘Vraag het niet. Doe het, en je zult het zelf zien.’

 

Je keek in de richting die hij was ingeslagen en zag hem het park uitlopen. Je vroeg je af of hij nog eens naar de mooie bloemen of een van de prachtige bomen had gekeken; bewust, met open ogen, met ogen die werkelijk zien, zonder meer... Ogen die het woord opzijschuiven, die zien zonder te benoemen en daarom werkelijk bewust zijn en alleen zien ‘wat is’.

 

Op weg naar de auto kwam je een lieve en heel mooie wit-bruine kat tegen. De ontmoeting was kort maar heel hartelijk, en op dat moment waren jij en zij helemaal één. Ze vroeg niet wat ‘bewust zijn’ en ‘zien zonder meer’ betekent; ze deed het gewoon…