met open ogen... 06

 

Tijdens de wandeling door het bos, begeleid door het gezang van de vogels en kijkend naar de prachtige oude bomen, de helderblauwe lucht en het licht dat tussen de boomtoppen valt, verschijnt plotseling — geheel onverwacht — de eerste vlinder van het jaar. Hij vliegt dicht bij je borst, draait en fladdert een ogenblikje in de lucht, en nestelt zich dan in het gras en de dode bladeren langs het pad. Je ziet hem bijna niet meer. Hij heeft zijn vleugels gesloten en is nu helemaal zwart. Je herkent hem alleen omdat je zijn vlucht aandachtig hebt gevolgd. Van de prachtige oranje kleur en de witte strepen en stippen is niets te zien.

Je blijft aandachtig kijken, zonder te bewegen en zonder ergens aan te denken. Hij is niet bang, is volkomen kalm en slaat plotseling zijn vleugels open. Nu zie je hem in al zijn pracht, in al zijn kwetsbaarheid, en je voelt zijn levensvreugde. Nadat je hem intensief hebt bekeken en echt hebt gezien, geeft hij je ook nog de tijd om een foto te maken. Maar wat je werkelijk meeneemt, is niet dit beeld, maar het gevoel van de ontmoeting, de levendigheid ervan en de golflengte van levensenergie die je even met elkaar deelde. Je zult hem nooit meer zien, maar het wonder van de ontmoeting is tijdloos, dus voor eeuwig.

 

Geen enkele afbeelding of beschrijving kan de werkelijkheid weergeven. De werkelijkheid is. Je kunt haar niet vangen en je kunt haar niet vasthouden. Niet met een camera, niet in mooie woorden in een boek. Je moet haar met volledige aandacht zien terwijl ze zich ontvouwt — de werkelijkheid, de waarheid die het leven zelf is. 

 

Je kunt niets toevoegen aan het leven. Je kunt het alleen heel bewust leven van moment tot moment; dat wil zeggen, gewaar zijn van wat is — niet bewust van tijd (denken in termen van verleden-heden-toekomst) en ruimte (het afmeten en vergelijken van wat is op basis van kennis en ervaring uit het verleden).

 

De prachtige vlinder is een vlinder in zijn hele wezen. Hij heeft de rups die hij was achter zich gelaten. Voor hem is zij geen verleden meer, geen herinnering — simpelweg niets meer. Net zoals de rups volledig moest ophouden te bestaan om een vlinder te kunnen zijn, moet er ook een einde komen aan elk denkbeeld dat je van jezelf en de wereld om je heen hebt gecreëerd, of dat je is opgedrongen door de maatschappij, je cultuur of je familie. Dit einde kan niet worden bereikt door geweld, zelfbeheersing of onderdrukking, noch door het vervangen van het ene denkbeeld door een nieuw denkbeeld. Elke identificatie met denkbeelden van welke aard ook moet volledig worden gezien en daarmee in zijn geheel worden begrepen, zonder jezelf of een ander iets te verwijten. Het geheel zien betekent ook het herkennen van de wortel van alle denkbeelden. En deze wortel, de oorzaak, is het denken zelf.

Als dit besef zijn volle ruimte krijgt, komt het tot volledige bloei en zo ook een einde aan, want aan alles wat een oorzaak heeft, komt vroeg of laat tot een einde. Dit is een feit, geen theorie.

Het belangrijkste om te begrijpen is: het volledige en aandachtige zien — zonder verwachtingen, zonder de drang om te veranderen, te beoordelen of te vergelijken — is de handeling zelf. 

 

Alleen een mens die al zijn identificaties met denkbeelden herkent, ziet en begrijpt, en deze daarom achter zich laat, is wie hij werkelijk is. En als hij is zoals hij is, betekent dat het einde van alle verdeeldheid en elk innerlijk en uiterlijk conflict. Het einde van conflict betekent leven in vrede, medeleven en liefde.

 

Zou het liefde zijn als de rups wilde dat de vlinder nooit uit haar zou voortkomen? Dat hij een rups zou blijven — misschien een superrups, maar toch een rups? Wanneer zij zou denken: verandering ja, mutatie nee? Ik denk het niet.

Is het dan liefde als ouders – zoals ze vrijwel overal ter wereld doen – willen dat hun kinderen in hun voetsporen treden en de tradities en waarden van hun religie, natie en familie voortzetten? Voor deze 'dode dingen' zijn zij bereid zichzelf, hun kinderen en andere levende wezens geweld aan te doen. Geweld begint niet pas bij fysieke schade. Elke situatie waarin een mens niet mag zijn zoals hij is, of niet mag denken en zeggen wat hij voelt, is een situatie van geweld. Van je kind verwachten dat het zich zonder keuzevrijheid conformeert aan religies, tradities en rituelen, enzovoort, is een vorm van geweld. Van iemand verwachten dat hij op een bepaalde manier denkt, is geweld.

Schrik niet, word niet boos of verdrietig — het is een feit. We leven in een gewelddadige wereld. Je moet dit feit onder ogen zien zonder het te veroordelen. Noch het feit, noch een medemens en ook niet jezelf. Zie het gewoon volledig. 

 

In alles wat door geweld is gecreëerd, blijft de vonk van geweld aanwezig. Alles wat eruit voortkomt is weer gewelddadig. Het eindigt pas wanneer je het niet langer wilt hervormen of onderdrukken, maar het volledig wilt zien en begrijpen. Dat inzicht zorgt voor een mutatie in je handelen.

 

Zou het geen echte liefde zijn als ouders hun kinderen zouden helpen zichzelf te herkennen en een leven zonder verdeeldheid en innerlijk conflict te leiden? Misschien kan er dan een wereld ontstaan waar mensen al sinds het begin der tijden van dromen — een vreedzame wereld waarin vrede geen tegenpool is van oorlog, maar een staat van zijn waarin het concept van oorlog niet eens meer bestaat.