met open ogen... 10

 

De eerste gedachte was er al toen je wakker werd. Je ogen waren nog niet eens open, maar je voelde al dat het een prachtige dag ging worden. Dat gevoel gaf aanleiding tot de gedachte die opkwam: je dacht eraan dat je 's middags naar het park bij de grote stad zou gaan. De beelden die in je hersenen waren opgeslagen — het park en de zee van bloemen onder de bomen — kwamen in je op. Ze leken zo echt. Maar omdat je je bewust bent van de gedachte, weet je dat het geen echt gevoel is, maar een emotie gecreëerd door het denken; een illusie van het mechanische brein. Omdat de gedachte de geest afsluit voor het ‘Nu’, voor wat echt is, volg je de gedachte niet.

Wat werkelijk is, is dat je nu je ogen opent en bewust om je heen kijkt. Wat je ziet, is prachtig. De lucht schijnt in de kleuren van de opkomende zon; er is geen wolkje te zien. De nog kale toppen van de bomen achter de huizen lijken wel tekeningen tegen de lucht. Er zitten nog geen bladeren aan de bomen, maar hun ontwaken uit de winterslaap is begonnen: de stammen en takken hebben al hun lentekleuren. Van de oude huizen voor de bomen zijn alleen de daken met hun schoorstenen te zien. Hun rode bakstenen zijn prachtig in dit licht; ze lijken schoongewassen.

Je staat op, opent de verandadeur en voelt de koude lucht. Het moet die nacht hebben gevroren; de daken van de auto's zijn wit. De ruiten van een auto zijn nog bevroren. Van hieruit zie je de grote oude dennenboom lichtjes zwaaien in de wind. Er vliegt een zwarte vogel voorbij; verder is het stil. Geen mens te zien.

Een stralende zon heet je welkom in de badkamer. De zon is al zo intens dat je haar niet rechtstreeks aan kunt kijken. Je hoort het zingen van de vogels en de eerste geluiden van de straat. De dag is begonnen.

 

Heb je ooit bewust het verschil opgemerkt tussen de gevoeligheid van een rustige geest — die niet in beslag wordt genomen door kletsende gedachten — en een brein dat gekweld wordt door zijn eigen denken? Alleen de stille geest kan helder zien wat is. Wanneer het brein voortdurend rondcirkelt in zijn eigen gedachten, is het ongevoelig voor zintuiglijke waarneming en afgesloten van de geest in zijn geheel. Het brein kan dit probleem niet zelf oplossen. Elke poging om de rusteloosheid van het denken via het denken onder controle te brengen, versterkt het probleem. Het denken moet zijn eigen beperking inzien; vanuit dat inzicht wordt het rustig en valt het stil.

 

Leren is alleen mogelijk als de geest stil is. Alleen dan kan de geest de werkelijkheid zien zoals die is, en niet door de bril van denkbeelden, opgebouwd uit kennis en ervaring. Kennis en ervaring behoren altijd tot het verleden; ze zijn nooit nieuw. Maar leren betekent openstaan voor wat is, voor het leven.

 

Leren is iets heel anders dan alleen kennis overdragen of vergaren. Leren doe je terwijl je bewust handelt. Je doet iets, bent alert en past je handelen voortdurend aan op basis van de feitelijke situatie in het ‘Nu’. Leren is een levendig en onverdeeld gebeuren. Het vergaren van kennis daarentegen is mechanisch en leidt tot verdeeldheid. Je vergaart iets voor later. De factor tijd komt erbij. Er ontstaat een kloof tussen het vergaren van de kennis en de omzetting ervan in handeling. Je handelen is dan gebaseerd op het verleden en niet op de feitelijke situatie. Conflict is dan onvermijdelijk. 

Kennis vergaren is een in zichzelf gesloten theoretisch proces; leren daarentegen houdt nooit op, is een praktisch gebeuren en gaat hand in hand met de werkelijkheid.

 

Leren is leven. Als je van het leven houdt, leer je op elk moment — zelfs tot in je laatste seconde. Leren vereist nieuwsgierigheid naar het onbekende. Alleen als je er niet bang voor bent, kun je volledig nieuwsgierig zijn. Leren betekent het onbekende binnengaan. 

 

Kennis is altijd het bekende; het kan dus nooit nieuw, levend en volledig zijn. Kennis vergaren vereist bovendien een scheiding tussen leraar en leerling: iemand die het weet en iemand die het niet weet. Verdeeldheid en afhankelijkheid zijn onvermijdelijk. Maar een mens die werkelijk leert, is leraar en leerling ineen.

 

Alleen een leraar die zijn beroep niet als werk maar als ‘roeping’ — de oorspronkelijke betekenis van het woord beroep — ziet, doet dit op een bijzondere manier: hij geeft les vanuit zijn hele wezen en dus vol toewijding en liefde. Hij leert te allen tijde samen met zijn leerlingen. 

 

Stel je een samenleving voor waarin iedereen — niet alleen leraren en ouders, maar elk gewoon mens — op deze manier leert; leraar en leerling is. Stel het je niet alleen voor, maar doe het. Alleen doen brengt iets teweeg.

 

Je leert pas echt door het zelf te doen. Niemand kan je leren lopen; je leert het pas als je het doet. Je weet toch ook pas hoe een appel smaakt als je hem zelf proeft!?

Een boek lezen heeft op zichzelf niets met leren te maken. Lezen is geen leren. Je kunt de hele tekst uit het hoofd kennen, maar dan herhaal je slechts. Pas als je volledig beseft waar de inhoud naar verwijst — de essentie achter de woorden — en dit in de praktijk brengt zonder het boek nog te raadplegen, heb je echt iets geleerd. 

 

De essentiële taak van een leraar is dus het wekken van nieuwsgierigheid. Dat kan alleen als de leraar echt geïnteresseerd is in de leerling en op elk moment met zijn hele wezen aanwezig is, zodat ze echt samen stap voor stap onderzoeken en ontdekken…

 

Voor de hersenen en voor de geest is het een enorm verschil of je met leren of alleen met kennis vergaren bezig bent…

 

Leren is een levend proces: je bent met je volledige aandacht en helemaal bewust aanwezig bij het ervaren van het hele gebeuren. Op die manier verkeert een lerende geest in een staat van voortdurende nieuwsgierigheid, helderheid en vernieuwing… kortom, in een gezonde staat.

 

Kennis vergaren daarentegen is gericht op een gesteld doel. Je dwingt jezelf tot concentratie en je brein is gefocust op het vergaren en vasthouden van kennis. Het drukke brein sluit zich af van de geest en vervalt in een staat van verzamelen, opeenstapeling en herhaling. Omdat er geen echte vernieuwing plaatsvindt, wordt het saai en traag… en dit leidt tot een ongezond bestaan.