ontmoetingen... 19

 

 

Hij zat in de geborgenheid van zijn loggia en keek naar de voorbijdrijvende wolken. Als hij niet beter wist, zou hij denken dat hij uitkeek over de besneeuwde toppen van een majestueuze bergketen; alleen was dit natuurwonder in een constante staat van beweging en verandering.
Door de onophoudelijke beweging heen verscheen er bij vlagen een schitterend, kristalhelder wit licht. Hij sloot zijn ogen en het licht bleef – anders, intenser. De beweging was niet langer een verplaatsing van A naar B, maar een vibratie binnen zichzelf, die zich oneindig en onmetelijk uitstrekte… ruimte zonder meer, vrij van de beperkte kaders die het brein middels het denken schept. Ware ruimte is grenzeloos, zonder begin noch einde en ontoegankelijk voor het denken.
Het denken was stilgevallen, en daarmee was hij er zelf niet meer; wat er was, was pure waarneming van ‘wat is’.

 

Kan ons huidige menselijke brein een fundamentele transformatie teweegbrengen, of hebben we hiervoor een volkomen nieuw brein nodig?
Hoe functioneert ons brein op dit moment? Het is getraind in het verzamelen van informatie; in wezen is het een opslagmedium. Alles wat via de zintuigen binnenkomt, wordt geregistreerd; een proces dat continu doorgaat, zelfs in onze slaap. Naast deze automatische registratie wordt het brein vanaf de prilste kindertijd geconditioneerd. We noemen dit ‘leren’, maar in werkelijkheid is het louter het vergaren van kennis. Het brein wordt gekneed en aangepast aan zijn leefomgeving. Ouders, opvoeders, de staat en de kerk prenten het jonge brein niet alleen kennis in, maar vooral hun specifieke wereldbeeld – een beeld gestoeld op tradities, dogma's, overtuigingen en vermeende waarden uit een ver verleden. Zo transformeren zij een jong, fris brein tot een oeroud brein, geprogrammeerd om te functioneren in een samenleving die al millennia lang enkel verdeeldheid en conflict voortbrengt. Het jonge brein krijgt nauwelijks de kans te ontsnappen aan deze conditionering, die wij eufemistisch ‘opvoeding’ noemen. Het wordt meedogenloos gedwongen te denken in termen van vergelijking en oordeel. Deze zware taak vergt een immense hoeveelheid energie; het brein mag ‘wat is’ immers nooit onbevangen zien, maar moet het steevast vertalen naar de kaders van zijn conditionering. Beseffen wij dat een dergelijk brein nooit vrij is om de naakte feiten – de werkelijkheid – te zien? En dat wie met zo’n brein leeft, in wezen geen vrij mens is?

 

Als gevolg van deze constante conditionering creëert het brein – dat van nature behoefte heeft aan rust en orde om gezond, vitaal en snel te kunnen functioneren – een censor, die het vervolgens ‘mezelf’, ‘ik’ of ‘ego’ noemt. Met behulp van dit geconstrueerde ‘ik’-bewustzijn probeert het brein orde te scheppen door alles wat het waarneemt te toetsen aan de inhoud van zijn eigen bewustzijn. Maar wat is dit bewustzijn anders dan de som van opgeslagen kennis en ervaringen, vertaald naar aangeleerde waarden? Zonder die inhoud is er geen bewustzijn, geen ‘ik’. Wij zijn onze eigen ideeën en denkbeelden; een verzameling van het verleden. Zijn wij ons hiervan werkelijk kristalhelder bewust, tot in de diepste vezels van ons wezen?

 

Ons brein is dus oeroud, extreem geconditioneerd en gevangen in een zelfinstandhoudend bewustzijn. Zie je de waarheid hiervan? Dit is cruciaal, want zodra we dit feit inzien, rijst de vraag: kan dit oeroude brein fundamentele veranderingen teweegbrengen – in de wereld, in zichzelf? Het antwoord is onontkoombaar: verandering via het bewustzijn vindt altijd plaats binnen de beperkte muren van datzelfde bewustzijn en is daarom geen werkelijke breuk met het bekende. Een toekomst die door het bewustzijn wordt geprojecteerd, is onvermijdelijk geworteld in het verleden; het blijft een herhaling van het oude, hooguit in een andere vorm. Geloof dit niet op gezag, maar observeer het in de wereld en in je eigen leven.

Zijn we dan voor altijd gedoemd tot deze beperking? Of bestaat er een mogelijkheid tot totale vrijheid? Die mogelijkheid ontstaat wanneer het oude brein zijn eigen grenzen onderzoekt en de confrontatie met zichzelf aangaat. Wanneer de erkenning van deze beperkingen zo intens is dat ze worden weggevaagd… dan lost de begrenzing die ons ‘ik’-bewustzijn vormt op. Het oude brein komt tot het diepe inzicht dat vrijheid die gebonden is aan iets of iemand, helemaal geen vrijheid is. Vrijheid is immers ondeelbaar: ze is er totaal, of ze is er helemaal niet.

 

Is het oude brein bereid om zo ver te gaan? Om al het bekende te verwerpen, alle schijnzekerheden los te laten en volledig leeg en nieuw te zien én te weten ‘wat is’? Deze vraag moet eenieder voor zichzelf onder ogen zien…

 

Wanneer het oude brein zich zo volledig heeft geledigd, zal het nooit meer vragen: ‘Wat gebeurt er dan? In welke staat verkeert het nieuwe brein?’
Want dan is het… het nieuwe brein dat ‘wat is’ waarneemt in de zin van zien én weten…

 

Het nieuwe – getransformeerde – brein bevindt zich in de vrede en orde die het oude brein zo verwoed zocht. Het handelt vanuit stilte… een stilte die niets te maken heeft met de afwezigheid van geluid, maar die de essentie is van intelligentie….