vonkjes...
Hij zat op een bankje in de fraai onderhouden tuin van een prachtige kerk. Wat de gelovigen met het woord 'kerk' associeerden, was hem altijd vreemd gebleven. Hij voelde nooit verbondenheid met de verhalen van welke georganiseerde religie of wereldvisie dan ook; wel voelde hij mededogen voor de gelovige mensen en hun eeuwige strijd tussen wie ze werkelijk zijn en hun streven om een goede volgeling te zijn of te worden.
De gong van de kerktoren sloeg één keer en verbrak voor even opdringerig de stilte. Deze is het werk van mensen, net als de kerk zelf en alles wat zich in de kerk bevindt of binnen de kerk wordt verkondigd. Zelfs de goden uit de zogenaamde heilige boeken zijn het werk van mensen, en alles wat door mensen is geschapen, vindt zijn oorsprong in het denken. De resultaten kunnen heel mooi zijn en wonderlijk in elkaar zitten, zoals bijvoorbeeld deze kerk... maar van ware schoonheid zijn ze nooit, want ze blijven altijd een fragmentatie. Dat kan ook niet anders, want hun oorsprong – het denken – is zelfs inherent fragmentarisch.
Hij sloeg de boom gade die vlak bij het bankje stond en voelde genegenheid; de boom was hem niet vreemd. De boom is misschien wel door mensen geplant, maar hij is niet door mensen gemaakt. Hij is... gewoon. Hij bewoog levendig met de sterke wind mee, en deze gevoeligheid is zijn schoonheid.
Hij zat daar in zijn eentje, niet eenzaam en ook niet alleen. Hij voelde zich bijna nooit eenzaam, en toch was dat gevoel van eenzaamheid hem bekend – van vroeger... lang geleden en volkomen betekenisloos, omdat het geen sporen had nagelaten. Hij was erg eenzaam in zijn jeugd, in het gezelschap van zijn klasgenoten, en later op momenten dat zijn werk vereiste dat hij tijd doorbracht met mensen die veel praatten, maar niets te vertellen hadden. Zijn eenzaamste momenten bracht hij door te midden van grote groepen mensen die voor hun plezier bijeen waren; of waren ze misschien gewoon op de vlucht voor hun eigen eenzaamheid?
Als hij in zijn eentje is, is hij nooit eenzaam, en soms is hij dan zelfs alleen. Alleen – zonder ook maar één gedachte, simpelweg aandachtig kijkend en luisterend, vanuit het hele wezen waarnemend ‘wat is’... het levende al-één-zijn dat schoonheid is.
Vrede – die vind je niet in afscheiding en uitsluiting.
Nooit in denkbeelden van ‘het mijne’ en ‘het jouwe’.
De wereld, het leven is één.
Elke fragmentatie in naties, religies en ideologieën
is een illusie van een in zich gesloten verstand.
Zij sluit de intelligentie van de vrije geest buiten
en daarmee de focus op het essentiële – Vrede.
‘De bomen staan als sculpturen, onverwoestbaar en trots’, schreef ze bij twee mooie foto’s van verschillende bomen.
Volgens mij heeft ze de bomen niet werkelijk gezien en begreep ze ook hun aard – hun wezen – niet.
Mensen zijn trots. Bomen zijn waardig. Waardig, louter omdat ze zijn wie ze zijn; niet trots omdat ze iets zijn geworden. Dat is een wezenlijk verschil: het grote verschil tussen de rest van de natuur en de mens.
Bomen zijn ook niet onverwoestbaar; integendeel, ze zijn kwetsbaar. Omdat ze kwetsbaar zijn, bewegen ze mee met het leven, en juist omdat ze meebewegen, hebben ze niets gemeen met sculpturen. Bomen zijn wat ze zijn: ze zijn werkelijk, ze leven. En leven betekent voortdurende vernieuwing. Sculpturen zijn dode dingen.
Alleen mensen bewonderen dode dingen en maken daarom zelfs een ‘sculptuur’ van zichzelf – in de vorm van een denkbeeld, een ideaal waar ze naar streven en waar ze trots op kunnen zijn.
... Maar als je de bomen werkelijk wilt zien, kun je niet kijken met de ogen van je in denkbeelden werkende verstand, maar met de ogen van een tot inzicht gekomen en dus lege en vrije geest.
... en als je dat doet, gebeurt er misschien iets buitengewoons: je bent dan zelf een boom – niet fysiek natuurlijk, maar in je hele wezen.
Zoals een boom ...
Hij bestaat.
Hij heeft geen 'ik'-beeld.
Hij is gewoon.
Hij leeft ... werkelijk.
Twee vrienden... ze ontmoeten elkaar graag, maar kunnen het nooit lang samen uithouden. Ze wonen allebei in hetzelfde land: de ene als bestuurder, de ander als vrijgeest. De eerste vindt je alleen op de bewegwijzerde paden; het ontdekken van de grenzen van het land is zijn grote, maar ook enig voorstelbare doel. Voor de ander zijn de paden en grenzen van weinig belang. Hij gaat het liefst zijn eigen weg en zorgt ervoor dat die, indien mogelijk, geen spoor achterlaat. Want wie wil uiteindelijk zeggen dat er werkelijk zoiets als een grens bestaat?
Het land van de twee vrienden is het land van de kennis.
De bestuurder is een groot bewonderaar van kennis en heeft er een rotsvast vertrouwen in. Hij is trots op alle kennis en ervaring die hij bezit en slaat deze zorgvuldig op in zijn geheugen. De vrijgeest houdt er daarentegen van om alle kennis aandachtig en kritisch waar te nemen en deze steeds opnieuw in twijfel te trekken. Hij wil de dingen simpelweg ervaren, zonder ze als 'ervaringen' op te slaan.
Naarmate de jaren verstrijken, ontmoeten de twee vrienden elkaar steeds minder vaak. Op een dag vraagt de bestuurder aan de vrijgeest wat hen zo ver uit elkaar heeft gebracht. De vrijgeest antwoordt:
"Ik ben als de zee... niet meer dan een druppel water. Jij bent als een rotsblok in de branding. Het rotsblok denkt dat hij de zee kent, zonder te begrijpen dat 'de' zee niet bestaat en dat hij, elke keer dat zij hem raakt, miljoenen nieuwe, unieke druppels water ontmoet."
De twee vrienden zijn oud geworden en hebben al lange tijd geen contact meer gehad. Op een dag zit de bestuurder op het strand met een brief in zijn handen. Hij leest:
"Lieve vriend, jij wilde altijd iets bereiken, iets 'worden' in je leven. Ik wilde daarentegen alleen maar 'zijn', gewoon leven. Maar dat kan niet in het land van de kennis. Zoals alles wat het denken voortbrengt, is ook het land van de kennis slechts het bekende en dus beperkt en begrensd. Jij wilde de grens bereiken, maar ik — de vrijgeest — wilde eroverheen. Ik wilde het onbekende, onbeperkte en dus eindeloze binnengaan... leven.
Misschien heb je op een dag genoeg van al dit 'worden'. Laten we elkaar dan ontmoeten in het land van het ware leven. Het is wat moeilijk te vinden omdat er geen paden naartoe leiden. Ik kan je dus geen routebeschrijving geven, alleen een wenk: om hier te komen, moet je alle kennis laten varen en heel aandachtig met het leven meebewegen.
... nog een goed advies: soms verkopen mensen kaarten die beweren je naar dit prachtige land zonder paden te leiden... vertrouw ze niet."
Je moet niet streven om licht in de wereld te brengen.
Je hoeft alleen maar een licht voor jezelf te zijn.