ontmoetingen... 04
V: Ik begrijp wat je zegt over dankbaarheid, dat het uit je hart moet komen en dat als je iets doet, je het uit liefde moet doen zonder dankbaarheid te verwachten. Maar ik snap echt niet waarom het daarna zo snel mogelijk moet verdwijnen. Hoezo is dat zo? Waarom denk je dat?
N: Waarom vraag je het mij? Vraag het jezelf af, onderzoek het zelf. Ik ben geen autoriteit; ik zeg niet eens dat ik je dé waarheid wil vertellen. Wat ik wel zeg, is: neem dit onderwerp eens goed onder de loep, bestudeer het, verdiep je er met heel je wezen in – niet alleen intellectueel. Luister naar de woorden die je hoort (of leest) en besteed tegelijkertijd aandacht aan wat er in je opkomt: welke gedachten, emoties, gevoelens. Schenk aandacht aan je gedachten en gevoelens, maar laat ze niet de overhand nemen.
Vraag je af waar je gedachten vandaan komen. Ben je je ervan bewust dat jouw gedachten reacties zijn, gebaseerd op het verleden – op herinneringen en kennis die in je hersenen zijn opgeslagen? Als dit duidelijk is, denk dan eens goed na over de volgende vraag; deze is erg belangrijk: Wat gebeurt er als je naar iets luistert en de gedachten die in je opkomen de overhand nemen? Het betekent dat je op deze manier nooit iets nieuws kunt ontdekken. Zie je dit feit?
Nogmaals ter verduidelijking: je gedachten zijn altijd gebaseerd op het verleden, het bekende – ervaringen, tradities, overtuigingen, ideeën – waardoor je het nieuwe afmeet aan het bekende. Dat wil zeggen dat je het nieuwe niet ziet zoals het is, maar het onmiddellijk vergelijkt en beoordeelt op basis van het bekende. Het nieuwe in zijn ware volledigheid – zoals het werkelijk hier en nu is – zul je op deze manier nooit zien. Wat is het gevolg hiervan? Je blijft voor altijd wie en wat je nu bent, misschien met een paar kleine aanpassingen die je verandering noemt. Maar werkelijke, oprechte verandering – een mutatie – is op deze manier nooit mogelijk.
Voor mutatie moet je vrij zijn – vrij van het bekende in de vorm van je verleden, je kennis, ervaringen, overtuigingen, vooroordelen, tradities en conclusies… Dit is alleen mogelijk als je elke gedachte die in je opkomt heel bewust waarneemt en afwijst – afwijst in de zin dat je hem de ruimte geeft er te zijn, maar er niet mee in gesprek gaat.
En als je dat doet – echt serieus – dan vraag je niet meer wat ik of iemand anders denkt, dan vraag je niet meer hoe je iets moet doen; dan onderzoek en ontdek je op deze manier – het zien is de handeling – zelf ‘wat is’.
Dankbaarheid… zoals al eerder gezegd, is oprechte, natuurlijke dankbaarheid een gevoel, net als mededogen en liefde. En gevoelens hebben niets gemeen met denken, toch? Geloof het niet zomaar, zoek het uit… Kun je via het denken genegenheid opwekken voor iemand?
Het is een feit: gevoelens hebben niets te maken met denken. Wanneer het denken ingrijpt, brengt het de tijd in het spel. En alles wat aan tijd gebonden is, heeft een oorzaak en een begin, en alles wat een begin heeft, moet vroeg of laat eindigen.
Je ziet de prachtige roos met haar tere, donkerrode bloemblaadjes langs de kant van de weg staan en ruikt haar heerlijke, zoete geur. Misschien duurt dit maar een kort momentje, of je stopt en ruikt een minuutje; het maakt niet uit. Je voelt vreugde, één-zijn en dankbaarheid, en gaat weer verder. Je zult de mooie roos nooit meer zien en toch draag je haar met je mee in je hart… tenzij het denken ingrijpt en zegt: ‘Ik moet die roos nog een keer zien,’ of zelfs: ‘Ik wil deze roos bezitten.’
Op dat moment heeft het denken het gevoel gedood en het in een emotie veranderd. In plaats van onverdeelde vreugde is er dan sprake van genot, en genot creëert het verlangen naar herhaling, naar bezit. Op dezelfde manier is het pure, oprechte gevoel van dankbaarheid verdwenen en wordt het vervangen door: ‘Bedankt dat je dit of dat voor mij hebt gedaan.’ En als dan zelfs de liefde een emotie wordt, dan wordt het: ‘Ik hou van je omdat je zo mooi bent, omdat je mij genot en voldoening geeft…’ Maar helaas is het dan geen werkelijke liefde meer.
Als je gevoelens in woorden dwingt, worden ze besmet door denken en tijd… en daarmee gaat hun tijdloze en dus eeuwige schoonheid verloren.
Misschien kun je nu zien wat de werkelijke betekenis is van de zin: ‘en verdwijnen als de geur van een prachtige bloem, die ze met je deelt als je erlangs loopt’… namelijk iets dat niets te maken heeft met de tijd van de klok, maar met iets dat tijdloos en dus eeuwig is.