zien én weten... 08
Duizenden regendruppels dansten op het raam. Het was donker in de kamer; alleen het matte, eenzame licht van de straatlantaarn liet de schaduwen opgetogen en uitgelaten, in het ritme van de stormachtige wind, door de kamer bewegen. De grote blauwe ceder was nu één onophoudelijke beweging, en je leefde mee met haar en de eekhoorn die in haar kroon zijn thuis had gevonden.
In het prachtige ochtendlicht van deze dag — dat nog geen schaduw droeg van de naderende storm — zag je hem op het dak zitten, nieuwsgierig om zich heen kijkend, voordat hij vlug in ‘zijn’ boom verdween. Even later kwam hij beneden weer tevoorschijn om voer op te rapen en naar zijn nest te brengen.
Het was mooi om dit alles gade te slaan — mooi in de zuiverste zin van het woord, zonder dat ‘mooi’ het tegendeel wordt van lelijk…
Schaduwen… Noch zijn ze het lichaam dat hen voortbrengt, noch staan ze los ervan. Ze zijn niet het lichaam, niet de beweging en niet het licht dat ze levendig en op zichzelf staand doet lijken… Uiteindelijk behoren ze tot het lichaam zelf, ook al is het lichaam zich er niet van bewust. Zonder lichaam bestaat er geen schaduw.
Net als de schaduw van het lichaam is de schaduw van het bewustzijn onlosmakelijk deel van het bewustzijn zelf.
Iemand vroeg: Als je stelt dat mensen bang zijn voor de “levende vlam” en de voorkeur geven aan de “dode as”, op welke manier moet bewustzijnsontwikkeling dan plaatsvinden om de “levende vlam” te kunnen benaderen?
Is dat de juiste vraag om een antwoord te vinden? Maakt zij niet van begin af aan een juist antwoord onmogelijk, omdat zij al uitgaat van de veronderstelling dat er een ontwikkeling van het bewustzijn nodig is? Zie je dat het een verkeerde vraag is — niet omdat je haar niet zou mogen stellen, maar omdat zij sturend en daardoor onvrij is, en je belemmert om helder te zien?
Wat is uiteindelijk het bewustzijn? Het bewustzijn is zijn inhoud en de inhoud is het bewustzijn: een denkgebeuren dat vanuit een dood verleden een ‘ik’-beeld schept en dit een naam geeft. De “dode as” is het bewustzijn dat met zichzelf bezig is en zich op die manier in stand houdt.
Het woord “ontwikkeling” kent een boeiende geschiedenis. Waar de oorspronkelijke betekenis “onthullen, uitpakken, openbaren” was, verwijst het tegenwoordig naar een geleidelijke verandering of voortgang van een lager naar een hoger niveau. Klaarblijkelijk versterkt een benadering volgens de hedendaagse definitie het bewustzijn slechts en maakt de mens er niet van vrij om het zich voortdurend vernieuwende leven door dode — vergelijkende, oordelende, verlangende — ogen te bekijken.
Maar is een benadering vanuit de oorspronkelijke betekenis — het doen van schaduwwerk, zoals het vaak genoemd wordt, wat inhoudt dat je de lagen van conditionering en overtuigingen afpelt om tot de kern te komen — werkelijk het juiste pad naar de ‘levende vlam’? Wat zou de kern van het bewustzijn zijn? Ongetwijfeld bewustzijn, nietwaar!? De ‘levende vlam’ kun je niet benaderen via welk pad van het bewustzijn dan ook, simpelweg omdat er geen pad naartoe bestaat. De ‘levende vlam’ is de vernietiging van het bewustzijn in een staat van puur bewust zijn in het Nu.
Bewustzijn is totaal iets anders dan bewust zijn (in twee woorden geschreven). Bewustzijn is een beweging van het denken binnen de tijd, vanuit een kern, en heeft dus altijd een uitgangspunt. Wat je ook doet en hoe belangrijk je het ook maakt, het blijft altijd geworteld in het verleden en is dienovereenkomstig onvrij en beperkt. Van bewust zijn is alleen sprake wanneer je absoluut in het Nu — het enige werkelijk bestaande moment van het leven — bent. En vanzelfsprekend is dat uitsluitend mogelijk wanneer het bewustzijn stilvalt, zodat tijd én denken het waarnemen – het helder zien van ‘wat is’ — niet langer vanuit het dode verleden kleuren en vervormen.
De cruciale vraag luidt: kan het bewustzijn zich in een staat van bewust zijn gewaarworden van zijn eigen essentie? Niet dat een deel van het bewustzijn een ander deel analyseert, maar dat het zich geheel gewaarwordt van zijn eigen werkwijze en begrenzingen… en aldus beseft dat alle verdelingen in lager of hoger bewustzijn, schaduwen en welke namen het ook verzint, zijn eigen creaties zijn. Dat er in werkelijkheid slechts één bewustzijn bestaat dat zichzelf in stand houdt en versterkt.
~~
In deze samenhang kwamen ook de volgende vragen op:
“Is bewustwording misschien een beter woord?”
… Zie je niet dat “wording” eveneens denken én tijd is? Een beweging van het bewustzijn binnen het bewustzijn, of — als je zo wilt — een truc van het bewustzijn om zichzelf in stand te houden? Zonder tijd en denken bestaat er geen bewustzijn, geen “ik” dat iets wil worden… Het verschil tussen worden en zijn is dat zijn tijdloos is en dus een vonkje van het eeuwige, van het heilige…
“Mijn bewustzijn is al mijn concepten, identiteiten en ‘ismen’. Als ik die loslaat, wie blijft er dan over?”
… Vraagt en verlangt het bewustzijn daarmee niet gewoon om een nieuwe of betere versie van bewustzijn?
“Als ik geen ideologie volg, hoe handel ik dan nog in een wereld die om keuzes vraagt?”
… Vraagt de wereld werkelijk om keuze, of vraagt een bewustzijn dat vanuit denkbeelden, vanuit het verleden — de ‘dode as’ — naar het Nu - de ‘levende vlam’ - kijkt? Is keuze niet al een teken van een geest die in verwarring verkeert? Wanneer je helder ziet wat is, handel je spontaan… dan is er actie en geen reactie… dan bén jij de ‘levende vlam’…