al-één-zijn... 01

 

 

Het was de helderblauwe hemel die met een dunne laag witte wolkjes bedekt was, maar het zag eruit alsof het wolkendek de hemel was die zich opende, zodat je een glimp mocht opvangen van iets dat onmetelijk, oneindig en eeuwig is. Aan de rand van de opening was een helder licht, waardoor de witte binnenrand van de wolk helder straalde. Onder de prachtige hemel gleed je blik over een kring van schitterende bomen, als omheining van een open plek die een grasveld was. Alles bewoog heel harmonisch, vol leven: de grote wolk, het licht, de boomtoppen en het gras. En ook het kleine ree dat opeens heel voorzichtig uit het bosje stapte en waakzaam om zich heen keek. Het merkte je op. Jij die in je eentje in de comfortabele uitkijkpost zat en deel uitmaakte van het hele tafereel en gebeuren. Het ree wist, omdat het het voelde, dat er van jou geen gevaar uitging en zette zijn weg rustig voort. Op een mooi door de zon verlicht plekje begon het te eten.

Tot dit geheel behoorden ook alle geluiden van de wind en het gezang van de vele vogels, en de geluiden die ze maakten als ze door de boomtoppen fladderden. En ook de ene bij die met haar luide gezoem haar weg vond in de hut, een rondje vloog en weer verdween.

Opeens klonk het geluid van een trein door de stilte. Het werd natuurlijk meteen opgemerkt door het ree, de vogels en jezelf. Een spoorlijn loopt vlak langs het bos, dus de geluiden zijn voor het bos en zijn bewoners bekend en vertrouwd. Ze horen erbij.

Een moment later hoorde je voetstappen en bewegingen van een mens onderaan de trap van de hut; ze klonken onrustig. Het ree keek op en de geluiden van de vogels namen af… en jezelf leidden ze weg uit het bewuste zijn in het hier en nu… naar een mailtje dat je iemand stuurde met de vraag: ‘Volgens mij beweer je dat de goden van de religies slechts hersenspinsels van de mens zijn en dus niet bestaan, maar je beweert niet dat er geen God bestaat!?… Wat denk jij: bestaat er één God? Een God die niets te maken heeft met de goden van de mens? Een God die Liefde is?’

Je had het gevoel dat deze communicatie tot niets zou leiden, of dat het juist het beginpunt van een langdurige verkenning zou kunnen zijn. Waarom dat gevoel er was, wist je niet, maar die avond schreef je:

 

‘Wat heb jij eraan te weten te komen wat ik denk? Het enige van betekenis voor jezelf – en alleen dat is van belang – kan en moet zijn dat jij alleen de waarheid ziet en nooit volgt wat iemand anders je vertelt.*

Als je – wat dan ook – wilt weten, moet je zelf op onderzoek uitgaan. En een serieus onderzoek is alleen mogelijk als je begint met een open geest, die vrij is van elke mening, die niet geïnteresseerd is in een specifieke uitkomst en die begint met te zeggen: ik weet het niet.**

 

* Elke mening, geloof of hoe je het ook mag noemen – volledig onbelangrijk of je nu zegt ‘ik denk van wel’ of ‘volgens mij helemaal niet’ – is een ontkenning van de waarheid; sterker nog: het maakt het zien van de waarheid onmogelijk.

 

** Dit niet-weten is een feit. En een feit is de waarheid… zie je de schoonheid ervan? … Als je de waarheid wilt zien – niet vinden, dat is onmogelijk – moet je beginnen vanuit wat feitelijk is. Zie je de waarheid hiervan?'