ontmoetingen... 16
De zon verschool zich achter een fijnzinnig wolkendek, waardoor de lucht verfrissend en weldadig koel aanvoelde. De kleine vijver en de omringende bomen baadden in een vreemd licht, wat een serene sfeer opriep. Jijzelf, de eenden en de rimpelende weerspiegelingen van de bomen in het water waren naadloos opgenomen in dit bijzondere tafereel van licht, kleur en schaduw.
Plotseling verscheen daar een meisje – naar schatting negen of tien jaar oud – op de smalle grasstrook langs de waterkant. Haar blik was onbevangen en vol helderheid; ze staarde onbedorven over het wateroppervlak en het was voelbaar hoe haar ogen over alles dwaalden, hoe ze alles onbevooroordeeld in zich opnam. Er ging een oprechte interesse van haar uit, maar zonder fixatie op iets specifieks; ze observeerde louter met een grenzeloze nieuwsgierigheid, zonder haar waarnemingen in te kleuren via de denkbeelden van het menselijk bewustzijn.
De energie die zij uitstraalde was natuurlijk en puur, wars van innerlijke verdeeldheid; hoogstwaarschijnlijk zag zij de wereld niet verscheurd tussen ‘wat is’ en ‘wat zou moeten zijn’…
Je vroeg je af of zij in een staat verkeerde waarin elk beeld van een ‘wat zou moeten zijn’ ontbrak… dat zou een ware zegen voor haar zijn – ongeacht of ze zich daarvan bewust was… simpelweg omdat als een mens gelooft te weten, hij helemaal niets ziet én weet…
De wijze waarop ze daar stond en keek, straalde een diepe ernst en waardigheid uit; een ingetogen soberheid die onlosmakelijk verbonden is met het ontwaken van natuurlijke intelligentie. Ze bezat een zeldzame schoonheid, niet slechts uiterlijk vertoon, maar een onvervalste pracht die voortkwam uit innerlijke harmonie en onverdeelde energie en aandacht. Mocht je het woord willen gebruiken, dan zou je kunnen zeggen dat ze een schitterend aura bezat. Ze was tenger gebouwd, met gitzwart haar en opvallend grote, diepe ogen. De blik in die ogen werd gekenmerkt door een zekere leegte… een leegte die geen gebrek aan substantie betekende, maar juist getuigde van een geest vrij van elke vooringenomenheid. Een blik die hunkerde naar leren, in het besef dat leren een eindeloze ontdekkingsreis is die losstaat van het loutere vergaren van dode kennis.
Terwijl je je wandeling rond de vijver voortzette en het meisje passeerde, zag je haar ouders even verderop op een bankje zitten. Haar broertje, een jaar of vier of vijf oud, was een toonbeeld van levendigheid en sjeesde op zijn fietsje onvermoeibaar heen en weer over het aangrenzende pad.
De ouders hadden vermoedelijk opgemerkt dat je hun dochter geruime tijd aandachtig had geobserveerd. Ze liepen op je toe en legden je – met een bijna verontschuldigende ondertoon – uit dat hun dochter weliswaar een introvert en ietwat bedeesd kind was, maar beslist niet onverstandig; ze beheerste het Nederlands uitstekend en leverde goede prestaties op school, maar tot hun oprechte spijt had ze nog geen aansluiting gevonden bij vriendjes. Ze vertelden dat ze bij hun immigratie naar Nederland hadden besloten hun kinderen niet binnen de grenzen van hun eigen cultuur op te voeden, in de hoop dat zij zo sneller wortel zouden schieten in hun nieuwe vaderland. Helaas – zo verzuchtten zij – was dat plan niet volledig geslaagd, omdat zijzelf door een gebrek aan achtergrondkennis niet voldoende van de lokale cultuur konden overbrengen. En nu vroegen ze zich af – een vraag die overduidelijk de aanleiding was voor hun toenadering – of zij destijds de juiste keuze hadden gemaakt…
‘Ik denk het niet. Integendeel. U heeft waarschijnlijk het enige juiste gedaan wat een ouder kan doen: uw kinderen onvoorwaardelijk liefhebben en hen koesteren – ik bedoel: hen de juiste voeding geven en een veilig thuis bieden – zonder hen te belasten met de last van tradities, dogma’s, overtuigingen of uw eigen verleden en ervaringen.’
Ze reageerden aanvankelijk wat geprikkeld; je voelde dat ze veronderstelden dat je enkel uit beleefdheid sprak.
‘Ik denk dat u heeft gehandeld naar wat uw hart u ingaf. Blijf dat pad volgen… Laat u niet leiden door verstandelijke twijfels; dat maakt het alleen maar onnodig gecompliceerd.’
Hun gelaatstrekken ontspanden toen ze merkten dat je woorden oprecht waren.
De moeder vroeg (terwijl de vader een stille, maar zeer betrokken toehoorder bleef): ‘Weet u, we zouden graag nog meer voor onze dochter willen doen. Soms bekruipt ons het gevoel dat ze niet genoeg plezier beleeft. Niet dat ze ongelukkig oogt, zeker niet, maar... ik vind het lastig te verwoorden…’
‘Ze is een beetje anders dan meisjes van haar leeftijd in het algemeen. Bedoelt u dat misschien?’
‘Ja, exact. Dat is precies wat ik wilde zeggen.’
‘En als u naar haar kijkt zonder haar te vergelijken met anderen, wat voelt u dan, wat ziet u dan?’
Ze knikte langzaam en zei: ‘Ik geloof dat ik begrijp waar u op doelt.’
‘Kijkt u eens naar de huidige maatschappij en vraag uzelf af of hetgeen u daar ziet wel zo nastrevenswaardig is.’
Er verscheen een glimlach op haar gezicht en de vader knikte peinzend. … Je stond op het punt je weg te vervolgen toen de moeder zei: ‘Als ik straks met haar praat, zal ik haar vertellen hoe trots ik op haar ben.’
‘Nee, zeg haar niet dat u trots op haar bent. Vertel haar gewoon dat u van haar houdt... of beter nog, zeg helemaal niets. Liefde heeft geen woorden nodig… Geloof me, ze zal intuïtief voelen dat u haar met andere ogen bekijkt en dat uw zorgen zijn weggeëbd. En dat is in wezen alles wat nodig is, toch?’
Het meisje stond niet meer aan de waterkant. Je keek zoekend om je heen en zag haar in het gras, waar ze naast haar broertje zat en hem met zachte stem iets vertelde.
Laten we haar toewensen dat ze nog lang door deze wereld blijft dwalen zonder ergens bij te horen. Laten we haar toewensen dat ze zichzelf nooit vernietigt om zich te voegen naar de absurde maatstaven en idealen van een middelmatige massa. Laten we haar toewensen dat geen enkele religie, ideologie, organisatie of zelfbenoemde goeroe ooit vat op haar kan krijgen. Laten we haar toewensen dat ze helder blijft zien én weten ‘wat is’…